Aalsmeer, Uithoorn en Diemen huisvesten vooral niet-ingezeten

Aalsmeer, Uithoorn en Diemen huisvesten vooral niet-ingezeten

Dossier regionale woningmarktAmsterdamse huurders zijn trouw aan hun stad. Bijna negentig procent van de ruim tienduizend Mokumers die jaarlijks naar een andere (sociale) huurwoning verhuizen, blijft wonen in Amsterdam. Geen wonder dat ook het overgrote deel van de vrijkomende sociale huurwoningen in de hoofdstad via Woningnet aan Amsterdammers wordt verhuurd (89%). Als er toch naar de regio wordt verhuisd, is Zaanstad het meest populair, gevolgd door Haarlemmermeer en Amstelveen. In 2005 waren onder Amsterdammers de woningen in de eerste gemeente net iets geliefder dan in de tweede. Maar twee jaar eerder was de situatie andersom. Globaal genomen blijven de regionale verhuisstromen door de jaren heen vrij stabiel. Haarlemmermeer huisvest ook veel mensen uit andere plaatsen, vooral Haarlem en de bollenstreek, waardoor uiteindelijk slechts 61 procent aan eigen ingezetenen wordt toegewezen.

Het beslag dat de Amsterdammers het afgelopen jaar op de vrijgekomen goedkope voorraad van de regiogemeenten legden, loopt wel erg uiteen. Zo blijkt vorig jaar in Amstelveen één op de drie via Woningnet verhuurde woningen naar een Mokumer te zijn gegaan. Dat is relatief gezien meer dan twee keer zoveel als in Purmerend. Diemen scoorde zelfs nog hoger met een aandeel van 44 procent Amsterdammers onder nieuw verhuurde sociale huurwoningen. Maar absoluut gezien ging het bij deze gemeente maar om slechts 61 huishoudens. Met uitzondering van Zaanstad was het beslag dat Amsterdammers op de vrijgekomen goedkope huurvoorraad van de grotere regiogemeenten legden, het afgelopen jaar ook veel kleiner dan in 2003.

Maar kleinere regiogemeenten huisvesten wel een groot percentage Amsterdamse huurders. Diemen, Amstelveen en Aalsmeer zagen vorig jaar achtereenvolgens 44, 31 en 28 procent van hun vrijkomende sociale huurwoningen naar Amsterdammers gaan. En in Aalsmeer, Uithoorn en Diemen wordt minder dan de helft van de vrijkomende huurwoningen aan ingezetenen toegewezen. Er vertrekken veel kopers naar Almere (zie ook NUL20 Barometer op de achterpagina), maar over het vertrek van huurders naar Almere zijn weinig gegevens bekend. Vrijgekomen huurwoningen worden er namelijk via een apart systeem van WoningNet verdeeld. Huurders uit het ROA die naar de polder willen verhuizen, moeten zich apart inschrijven en jaarlijks 25 euro neerleggen. Dat een kleine groep dit ook doet, blijkt uit de ruim tweehonderd verhuringen van Almeerder huurwoningen in 2005 aan mensen uit het ROA, veertien procent van de vrijgekomen goedkope huurwoningen in Almere. In 2003 waren dat er nog 377.

In een analyse van de kenmerken van regionale verhuizers concludeerde AFWC-onderzoeker Jeroen van de Veer drie jaar geleden dat de Amsterdammers die via WoningNet naar buiten trekken, relatief vaak goed verdienende gezinnen of stellen van middelbare leeftijd zijn. Andersom gaat het bij huurders die Amsterdam in trekken, meer dan gemiddeld om jonge alleenstaanden onder de 35 jaar die tot de primaire doelgroep of net daarboven horen. De beschrijving voldoet precies aan het beeld van de hoofdstad als emancipatiemachine waaraan wethouder Maarten van Poelgeest zo graag mag refereren. Jonge mensen met weinig geld komen naar Amsterdam om er te studeren of carrière te maken en gaan na tien of vijftien jaar met vriend, vrouw en eventueel kinderen terug naar de regio om te genieten van de suburbane rust.l