Renovatie woonblok moet perspectief Kolenkitbuurt tonen

Renovatie woonblok moet perspectief Kolenkitbuurt tonen
Terug naar de Akbarstraat

Journalist/programmamaker Felix Rottenberg bracht vijf jaar geleden de malaise van de Kolenkitbuurt in Bos en Lommer in kaart in zijn documentaireserie De Akbarstraat. Inmiddels staat deze veelbesproken buurt volop in de steigers. Het prestigieuze renovatieproject de Nieuwe Akbar is hét grote voorbeeld voor de vernieuwing van een van de grootste probleembuurten van Amsterdam. Maar we moeten niet te vroeg juichen, meent stadsdeelvoorzitter Hans Luiten. “De buurt mag dan gemengder worden en daarmee verbeteren; het maakt de armen niet rijker.”

Renovatie kolenkitbuurt
In 2015 moet het grootste deel van de Kolenkitbuurt zijn vernieuwd. Tegen die tijd zijn er ongeveer duizend woningen gesloopt, 1300 nieuwe woningen gebouwd en ongeveer vierhonderd gerenoveerd. Ruim zeshonderd woningen blijven in hun oude staat. De woningvoorraad (ongeveer 2400 woningen) zal tegen die tijd bestaan uit 55 procent sociale huur (nu nog 95 procent) en 45 procent vrije marktwoningen.
Minister Dekker van Volkshuisvesting heeft voor het vernieuwingsproject Kolenkitbuurt 2,5 miljoen euro extra uitgetrokken uit het Innovatie Programma Stedelijke Vernieuwing De investeringen in het sociale programma bedragen tussen 2003 en 2015 gemiddeld 1,2 miljoen per jaar uit de bestaande begroting en 0,4 miljoen uit nieuwe middelen. De investering in vastgoed voor sociale voorzieningen wordt geschat op ruim 11 miljoen euro in dezelfde periode.

De Kolenkitbuurt, onderdeel van de Westelijke Tuinsteden, werd in de jaren vijftig gebouwd in het kader van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van Cornelis van Eesteren. De wijk werd gebouwd volgens de uitgangspunten van ‘het nieuwe wonen’: ‘licht, lucht en ruimte’. Een halve eeuw later vestigde Felix Rottenberg zich in een leegstaande drogisterij op de hoek van de Akbarstraat. Hij sprak langdurig met bewoners, ondernemers en beleidsmakers over de buurt. Dat leverde een treurig beeld op: hoge werkloosheid, verloedering, onthechting en gevoelens van onveiligheid bij de bewoners. De Akbarstraat was een doorgangshuis geworden, het afvoerputje van de stad. Er waren bovendien, zoals een van de sprekers in de documentaire het omschreef “hele portieken waar geen woord Nederlands wordt gesproken”.
In december 2005 zijn we terug. Het woonblok Akbarstraat/Jan van Schaffelaarplantsoen, eigendom van woningcorporatie Far West, is geheel ontmanteld. Zes dagen per week zijn de woningen het domein van groepen bouwvakkers. Het Mariakapelletje, gebouwd door de toen nog rooms-katholieke woningbouwvereniging Het Oosten, staat onaangetast in de binnentuin van het Akbarblok. De bijbelse ornamenten die de gevels van de woningen sieren, zijn zorgvuldig ingepakt om beschadiging te voorkomen. Er is gekozen voor renovatie van dit woonblok vanwege de architectonische waarde. Volgens het vernieuwingsplan Kolenkitbuurt vormen “de beeldbepalende Akbarblokken samen met de Kolenkitkerk het historische en emotionele hart van de buurt”.
Anderhalf jaar geleden werd begonnen met het uitplaatsen van in totaal 140 gezinnen. De laatste bewoners vertrokken in mei 2005. Slechts 37 van hen keren terug naar hun gerenoveerde huurwoning. Vier bewoners kopen de woning waarin ze vaak al decennia hebben gewoond. Alle overgebleven woningen zijn vervolgens in rap tempo verkocht aan derden.
Gerard Schuurman van projectontwikkelaar Kristal is enigszins verbaasd over de vlotte verkoop. “We hadden niet verwacht dat het zo snel zou gaan, gezien de slechte reputatie van deze buurt, maar tussen april en september vorig jaar was alles verkocht. De woningen waren aantrekkelijk geprijsd, gemiddeld 125 duizend euro voor een fraai gerenoveerd appartement van zestig vierkante meter. Met het project de Nieuwe Akbar willen we laten zien wat het perspectief is voor de Kolenkitbuurt.”
De meeste bewoners die niet terugkeren hebben een woning elders in de Westelijke Tuinsteden gekregen. Een aantal van hen is naar een ander stadsdeel verhuisd. In twee van de vier winkelpanden op de hoeken van het Akbarblok keert de Turkse slagerij annex groentezaak terug. Voor twee winkelpanden waar een reisbureautje en een belwinkel waren gevestigd, is nog geen nieuwe bestemming gevonden.

Kneuterig en gezellig

Portefeuillehouder Welzijn Ayhan Yalin van stadsdeel Bos en Lommer vindt het jammer dat relatief weinig mensen terugkeren in hun oude woning in het Akbarblok. Maar hij heeft er wel begrip voor. Yalin kwam zelf in 1984 als vluchteling vanuit Turkije naar Nederland. Zijn eerste officiële woning in Amsterdam was op de Admiraal de Ruyterweg, vlakbij de Kolenkitbuurt. “Ik was de eerste Turk op de trap, maar binnen een jaar zag je steeds meer allochtonen in de buurt. Dat had vooral te maken met grote stadsvernieuwingsprojecten in Oost, begin jaren negentig. Bij grootschalige vernieuwingsoperaties zie je vaak dat met name kwetsbare groepen definitief verhuizen.”
Yalin beaamt dat juist die kwetsbare groepen inmiddels nog maar weinig keus hebben wanneer hun buurt op de schop gaat. “Dat klopt. Daarom doen we er alles aan om de bewoners in de buurt te herhuisvesten. De stad verlaten is voor die groep mensen al helemaal geen optie.” Om zoveel mogelijk oorspronkelijke bewoners in de Kolenkitbuurt te houden wanneer wordt begonnen met de sloop van ongeveer duizend woningen, is onlangs de eerste paal geslagen voor een appartementencomplex langs de Ringspoorlijn. Het gaat om 207 woningen, waarvan 76 sociale huur en 131 vrije sector. In totaal worden de komende jaren 510 woningen gebouwd in dit gebied.
Een van de kopers van haar eigen woning in het Akbarblok is de 54-jarige Joke Kouwenberg. Zij woont sinds 1974 op het Jan van Schaffelaarplantsoen. Toen ze er net kwam wonen heerste er volgens haar een echt ‘jaren vijftig sfeertje’. “Eigenlijk zoals het in heel de Westelijke Tuinsteden was, waar ik al vanaf mijn kindertijd met mijn ouders woonde. Een beetje kneuterig, gezellig. Iedereen kende elkaar. En de buurt was toen nog helemaal wit. Tot de helft van de jaren tachtig. Toen kwamen steeds meer Marokkanen en Turken in de buurt wonen.”
Veel winkels gingen dicht, vertelt Joke, zoals de Spar en V&D op de Burgemeester de Vlugtlaan. “Daar kwamen allemaal Turkse en Marokkaanse winkels voor terug of ze bleven leeg staan. Ik vind dat jammer. De bevolking is veel te eenzijdig geworden. Onlangs was ik op een open dag van het MoederKind-centrum; dan merk je ook heel sterk dat je de aansluiting mist met de Marokkaanse en Turkse vrouwen.”
Sinds maart vorig jaar woont ze in een wisselwoning in de Gibraltarbuurt, ook Bos en Lommer. Deze buurt vindt Joke eigenlijk prettiger dan de Kolenkitbuurt. “Het is een hele rustige buurt met een echt gemixte bevolking. Hier wonen mensen van alle mogelijke culturen en leeftijd door elkaar. Maar ik denk dat mijn oude buurtje ook zo wordt. Daar heb ik wel vertrouwen in. En het leuke is dat veel van mijn buren, waaronder een Surinaams en Turks gezin, ook terugkomen in hun gerenoveerde huis. Dat is dan toch weer vertrouwd.” De bedoeling is dat de woningen vanaf februari worden opgeleverd.

Samen en niet apart

Mailica Mehdaoui kwam op haar zestiende jaar vanuit Marokko naar Nederland en trouwde vrijwel direct. Ze heeft achttien jaar in de Akbarstraat gewoond en woont nu al weer vier jaar in hetzelfde blok, aan het Jan van Schaffelaarplantsoen, samen met haar man en drie kinderen van 10, 16 en 21 jaar. Ze keert na de renovatie terug naar haar oude woning die van een vijf- in een zeskamerwoning is veranderd. Aan die extra kamer hangt wel een prijskaartje. Het echtpaar moet straks 536 euro huur per maand gaan betalen, 132 euro meer dan voor de renovatie. Of het gezin voor huursubsidie in aanmerking komt, weet Mailica nog niet, maar ze willen de woning eigenlijk liever kopen. Of dat gaat lukken is ook nog onzeker. “Er wordt heel veel reclame gemaakt om de woningen te kopen, maar volgens een medewerker van Kristal kan het in ons geval niet, omdat we te weinig verdienen. Maar we gaan het nog eens proberen.”
Mailica zal blij zijn wanneer de buurt meer gemengd wordt. “In het begin dat ik hier woonde leerde ik Nederlands van mijn buren. Maar zij zijn halverwege de jaren tachtig allemaal naar Almere en Purmerend vertrokken. Mijn Nederlands werd al snel slechter, want op den duur sprak ik alleen nog maar Arabisch in de buurt en met de collega’s van het schoonmaakbaantje dat ik had. Ik heb dat altijd heel erg gevonden. Ik ben naar Nederland gekomen om samen te leven met de Nederlanders en niet om in een aparte buurt te wonen. En ik denk dat niemand dat heeft gewild.”
Mailica weet uit eigen ervaring hoe belangrijk het voor de vrouwen in de buurt is om uit hun isolement te komen. Zij is een van de initiatiefnemers en medewerkers van het in 2002 geopende MoederKind-centrum, waarvan de komst in de documentaire van Rottenberg werd aangekondigd. Het centrum is gevestigd in een noodvoorziening, op een steenworp afstand van de Akbarstraat. Het centrum slaagt uitstekend in zijn opzet: wekelijks bezoeken rond de 750 vrouwen de activiteiten die er plaatsvinden en het centrum dreigt zelfs bijna aan zijn eigen succes ten onder te gaan. Voor alle activiteiten – vooral voor de lessen Nederlands - zijn lange wachtlijsten, volgens Mailica door gebrek aan ruimte en geld voor begeleiders.
Mailica: “Iedere week komen er zo’n honderd vrouwen voor deze conversatielessen voor beginners, maar er staan er nog honderden op de wachtlijst. Dat geldt ook voor de andere activiteiten. Dat is echt vreselijk jammer en ik hoop dan ook dat we snel een definitieve, grotere ruimte krijgen om ons werk voort te zetten.”
Mailica vertelt dat ze de vrouwen uit de buurt de afgelopen jaren heeft zien veranderen. “Vooral die eerste jaren kwamen er vrouwen binnen die geen woord Nederlands spraken en nauwelijks de straat op durfden. Nu hoor je ze alleen nog zeggen dat ze meer willen leren, zodat ze straks hun kinderen kunnen helpen met hun huiswerk. Dat is vreselijk belangrijk. Niet alleen voor de kinderen en hun moeders, maar voor de hele ontwikkeling van de buurt.”
Welzijnswethouder Yalin is zich terdege bewust van het belang van het MoederKind-centrum. “Dat centrum moet zeker in de buurt blijven. En hetzelfde geldt voor het Turkse jongerencentrum MGT en het Marokkaanse jongerencentrum dat door de jongeren zelf is opgezet en door hen wordt beheerd. En natuurlijk ook voor buurtcentrum De Schaffelaar, waar voornamelijk ouderen uit de buurt gebruik van maken. Hoewel het officiële besluit nog niet is genomen, worden deze en andere welzijninstellingen naar alle waarschijnlijkheid in de voormalige HTS langs de A10 ondergebracht.” Dit gebouw van tienduizend vierkante meter kan volgens Yalin met niet al te grote ingrepen geschikt worden gemaakt als welzijnsverzamelgebouw.

Veel bouwoverlast

Een deel van de Akbarstraat, tegenover het woonblok de Nieuwe Akbar, wordt na 2010 gesloopt. Petrovka Jovanovic, van oorsprong Joegoslavische, woont daar al sinds 1980. Als lid van bewonerscomité Eigen Haard volgt ze de ontwikkelingen van haar buurt op de voet. “Ik heb gehoord dat ze galerijflats willen bouwen op de plek waar ik woon. Maar dat vind ik geen goed plan. Iedereen heeft dan toegang tot zo’n galerij. Dat is onveilig en niet goed voor de privacy. Ik weet dus nog niet of ik wel terugkom in de nieuwbouw.”
Het liefst blijft Petrovka in haar eigen huis wonen. “Het zijn prima woningen die een jaar of tien geleden nog grondig zijn gerenoveerd. Niemand snapt dan ook dat ze gesloopt moeten worden. Jammer genoeg is de buurt er de laatste tijd ook niet gezelliger op geworden. En dat komt vooral door al die werkzaamheden. We zitten nu al bijna een jaar in de rotzooi en de herrie. Zelfs op zaterdag beginnen ze al om zeven uur ’s morgens. Ik heb aan het stadsdeel gevraagd of we geen overlastvergoeding kunnen krijgen. Al was het maar een aardigheidje voor de kerstdagen. Ik heb gehoord dat ze dat in andere stadsdelen ook doen.”
We drinken koffie in buurtcentrum De Schaffelaar, met uitzicht op de nieuwe, veelal nog steeds leegstaande kantoorgebouwen langs en over de A10. Petrovka: “Vroeger was dit een heel gezellig en druk buurtcentrum, maar nu komt er bijna niemand meer, omdat het zo’n bende is in de buurt. En straks wordt het centrum gesloopt. Ik hoop dat er een goed buurtcentrum voor terug komt. Dat hadden ze beter direct kunnen bouwen, zodra de sloopplannen bekend waren. Beter een goed buurtcentrum dan al die kantoorgebouwen die leeg blijven staan.”

Armen worden niet rijker

Hans Luiten is behalve stadsdeelvoorzitter ook portefeuillehouder Stedelijke Ontwikkeling. Hij is tevreden over de ontwikkelingen in de Kolenkitbuurt, maar vindt wel dat de nadruk nog teveel ligt ‘op de stenen vernieuwing in plaats van op de sociale vooruitgang’. “Misschien een beetje rare uitspraak voor een bestuurder die stedelijke ontwikkeling in zijn portefeuille heeft, maar ik ben absoluut niet te spreken over het feit dat de mensen in deze buurt in toenemende mate in armoede leven. De buurt mag dan meer gemengd worden, waardoor het woonklimaat verbetert, maar dat maakt de armen nog niet rijker. Belangrijker is dat mensen aan een baan worden geholpen en vooruit komen in de maatschappij.”
Toch is Luiten niet somber over de toekomst. “Na jaren plannenmakerij is er nu echt tempo gekomen in de vernieuwing. En we merken dat de bewoners meer vertrouwen hebben in de toekomst van de buurt en de betrokkenheid is enorm. Maar nogmaals, ik hoop dat de menging van de buurt gelijke tred houdt met de sociale ontwikkeling van de bewoners en dat de derde generatie allochtonen gaat kopen in de Kolenkitbuurt. Ik zie liever dat een Marokkaanse politieman uit de wijk hier een huis koopt dan een Nederlandse agent van buiten de buurt. Pas als dat gebeurt zijn we werkelijk op de goede weg.”

Janna van Veen