Polderen over de toekomst van het IJmeer

Polderen over de toekomst van het IJmeer
De lange mars naar IJburg III

Amsterdam en Almere raken voor woningbouw en werkgelegenheid steeds meer op elkaar aangewezen. Vooral voor het IJmeer buitelen de plannen voor woningbouw, infrastructuur, kustbescherming en natuur en recreatie over elkaar. Om slepende conflicten en dubbele investeringen te voorkomen wordt met het ‘IJmeer Rummicub’ naar het ultieme win/win-scenario gezocht.

Buigende rietpluimen en snaterende eendjes langs de oever. Achter een windscherm zoekt een enkele visser beschutting tegen de harde wind die over het IJmeer blaast. Aan de linkerkant staan de hijskranen van het ‘verse’ IJburg in de zon te glimmen. Rechts doorbreekt een groepje appartemententorens de platte lijnen van de Flevopolders. En recht vooruit rollen de golven richting de eenzame beheerderswoning op Pampus. Pas aan de horizon gaat de blauwe vlakte over in een smal streepje land.

 
Almere wil polderimago inwisselen voor die van ‘Stad aan het Water’

Of inwoners van Muiden over twintig jaar nog op dezelfde manier op het IJmeer uitkijken, valt te betwijfelen. Van alle kanten wordt de waterplas belaagd door nieuwe woonwijken, jachthavens, steviger dijken en misschien zelfs een nieuwe rail- en wegverbinding tussen Amsterdam en Almere. De polderstad speelt zelf een hoofdrol in alle plannen. Sinds de rijksoverheid heeft laten doorschemeren dat Almere meer woningen moet bouwen om het huizentekort in de noordelijke Randstad terug te dringen, wordt er volop gediscussieerd over de toekomst van de stad. Moet de gemeente een schaalsprong maken richting vierde stad van het land of zijn de 45.000 woningen die daarvoor tussen 2020 en 2030 gebouwd moeten worden veel te ambitieus? Zelf wil Almere best doorgroeien, mits er wordt geïnvesteerd in nieuwe infrastructuur en vooorzieningen. Nu staan immers al duizenden inwoners elke ochtend en avond in de file van en naar hun werk in Amsterdam.

Polderen over waterwijk

Met de bouw van extra woningen kan ook een grote wens van Almere in vervulling gaan. De gemeente wil van haar polderimago af en een ‘Stad aan het Water’ worden. Hoewel eerst Almere Poort langs de A6 nog uit de grond moet worden gestampt, wordt op bestuurlijk niveau alle energie gericht op Almere Pampus: een stadsdeel met ongeveer dertigduizend woningen dat de gemeente het liefst in een PPS-constructie met het Rijk en marktpartijen ontwikkelt. Een derde van het aantal huizen zou op of aan het water moeten liggen. “Noem het IJburg III. We kunnen er alle woonmilieus bouwen die Amsterdam niet kan bieden. Nu ligt er een strook van veertig kilometer kust waar niets mee wordt gedaan”, aldus de Almeerse wethouder Arie-Willem Bijl.
Natuurlijk weet ook Bijl hoe moeilijk bouwen in het IJmeer ligt. Vanuit Almere zijn de plannen daarom behoedzaam voorbereid in een ontwerpatelier. Stedenbouwkundigen probeerden er met prachtige maquettes andere partijen te verleiden om met hen mee te denken. Als onderdeel van een charmeoffensief werd besloten te werken vanaf de Amsterdamse De Ruyterkade. “Ik heb Amsterdam met Atelier IJmeer bewust willen uitdagen en laten zien dat het ons menens is”, aldus Bijl. Een belangrijk effect was in elk geval dat de Vereniging Natuurmonumenten zich zorgen begon te maken over de toekomst van het IJmeer. De waterplas is immers een belangrijke schakel in de Natte As: een ecologische zone die loopt van Zeeland tot aan de Waddenzee. Met de verloren strijd om IJburg nog vers in het geheugen wilden de natuurbeschermers ditmaal een vinger in de pap blijven houden. “Meedenken en bijsturen levert meer op dan juridische procedures voeren tegen de uitkomsten”, aldus Machteld Versnel van de natuurorganisatie.
Op initiatief van Vereniging Natuurmonumenten besloten in het voorjaar van 2003 daarom allerlei partijen met elkaar om de tafel te gaan zitten. Onder auspiciën van de Vereniging Deltametropool werden in alle openheid verschillende toekomstscenario’s voor het IJmeer verkend. Na anderhalf jaar studeren kon een verrassende conclusie worden getrokken: de schaalsprong die Almere wil maken kan onder bepaalde voorwaarden goed samengaan met de ecologische kwaliteitsverbetering die het IJmeer hard nodig heeft. Al verklaart Versnel daarbij onmiddellijk dat dit niet betekent dat alle varianten van uitbreiding van de infrastructuur en Almere Pampus door de beugel kunnen. “ De openheid van het gebied is heilig voor onze achterban.”

IJmeer in verval

Toch blijft het opmerkelijk dat rood en groen elkaar in het IJmeer lijken te vinden. Het geheim achter deze wonderlijke coalitie ligt in de slechte waterkwaliteit van het gebied. Rondzwevende slibdeeltjes zorgen in het Marker –en IJmeer voor een afname van de populaties waterplanten en driehoeksmosselen. Die vormen het belangrijkste voedsel van beschermde dieren als de kuifeend, tafeleend en het nonnetje. Precies deze soorten waren in 2000 de reden om het IJmeer tot speciale beschermingszone in het kader van de Vogelrichtlijn uit te roepen. Daarmee heeft Den Haag zich verplicht om de leefomgeving van deze bijzondere dieren niet verder achteruit te laten gaan. Overigens moet ook vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water het probleem van de zwevende slibdeeltjes worden aangepakt.
Een mogelijke oplossing voor het probleem is de aanleg van rietvelden en onderwateroevers. Slibdeeltjes kunnen dan gemakkelijker bezinken en de ondiepe bodem wordt niet voortdurend omgewoeld door de golven. Een andere optie is het graven van sleuven of putten in de bodem van het Markermeer om het slib tot rust te brengen. Maar ook een combinatie van beide modellen is goed mogelijk. Zand dat vrijkomt bij de tweede optie kan immers worden gebruikt voor de aanleg van ondiepe oevers. Voor welke oplossing uiteindelijk wordt gekozen, het kost in ieder geval veel geld om de waterkwaliteit van het IJmeer te verbeteren en aan de Europese richtlijnen te voldoen.

 
Natuurmonumenten: “De openheid van ons landschap is heilig voor onze achterban”

En daar ligt precies de mogelijkheid om natuurontwikkeling met andere functies te verzoenen. Er moeten rond het IJmeer immers nieuwe woningen worden gebouwd, waardoor ook de behoefte aan recreatiemogelijkheden en weg- en railverbindingen zal toenemen. Bovendien kampt Rijkswaterstaat met een stijgende zeespiegel en een groeiende wateraanvoer vanuit het buitenland. In het zogenoemde IJmeer Rummicub (zie kader) zijn alle oplossingen voor deze problemen in kaart gebracht en wordt duidelijk dat sommige maatregelen heel goed samen kunnen gaan. Met ondiepe oevers voor de kust wordt bijvoorbeeld niet alleen slib vastgelegd, maar kunnen golven de dijk minder gemakkelijk bereiken. Dijkverhoging is dan niet meer nodig. En wie zand wil kopen om voor de kust van Almere wooneilanden aan te leggen, kan dat combineren met het graven van sleuven of putten voor een betere waterkwaliteit.

Wel of geen IJmeerlijn

“We zijn er nog lang niet. Maar de manier waarop we met zijn allen naar win/win-situaties zoeken, geeft het gevoel dat er spannende oplossingen mogelijk zijn”, reageert Machteld Versnel op de verrassende uitkomsten. Ook Arie-Willem Bijl is enthousiast over de bereidwilligheid van alle partijen om over hun eigen standpunten heen te stappen en over zinvolle combinaties na te denken. Zolang maar niet compromis op compromis wordt gestapeld. “Ik voel me niet geroepen om alle partijen ten koste van alles bij elkaar te houden. Naar de toekomst kijken is meer dan het vasthouden aan de Vogelrichtlijn.”
Op dit moment studeren alle partijen nog op de voor- en nadelen van de verschillende modellen. Maar eind van dit jaar moet er al een gezamenlijke visie op de toekomst voor het IJmeer liggen die wordt gesteund door zowel regionale en lokale bestuurders als de ANWB, Vereniging Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer. De voortvarende aanpak heeft alles te maken met het voornemen van het kabinet om in het voorjaar van 2006 een besluit te nemen over de groeitaak van Almere. Dan zal ook worden bekeken of en hoeveel geld er moet worden uitgetrokken om de infrastructuur rond de jonge polderstad uit te breiden. En daar ligt meteen een groot pijnpunt voor de partijen. Almere en Amsterdam willen namelijk dolgraag een railverbinding door het IJmeer aanleggen om de steden nauwer bij elkaar te trekken. Voor Bijl is de lijn zelfs een voorwaarde om met Almere Pampus aan de slag te gaan. Eventueel wordt de spoorverbinding nog gecombineerd met een brede weg die vóór IJburg afbuigt naar de kust. Maar voor de natuurbeweging is de laatste optie onbespreekbaar. Ook voor een lightraillijn door het IJmeer gaan de handen niet op elkaar. “Verdubbel liever de bestaande infrastructuur en leg de A9 ter hoogte van de Bijlmer verdiept aan”, verklaart Versnel.

Dijken ‘aftoppen’

De IJmeerlijn is niet de enige heikele kwestie. Ook de vorm van Almere Pampus is inzet van felle discussies tussen de partijen. Zo wil Almere met het nieuwe stadsdeel graag zijn gezicht naar het water keren en aan de noordrand enkele wooneilanden in het IJmeer aanleggen. Maar Vereniging Natuurmonumenten verzet zich hiertegen. In haar ogen moet de verhouding tussen land en water gelijk blijven om de opvangfunctie voor overtollig water niet in gevaar te brengen. Bovendien valt het gebied onder de Vogelrichtlijn en is het onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur. Om uit de patstelling te komen zijn onlangs drie verschillende stedenbouwkundige schema’s voorgelegd aan een brede groep van deskundigen en belanghebbenden. Twee ervan gaan uit van een buitendijkse uitbreiding maar in de laatste wordt de wijk binnendijks ontwikkeld. Om een goede relatie met het water te krijgen worden de bestaande dijken aan de noord- en westkant ‘afgetopt’ en nieuwe waterkeringen langs de zuid- en oostgrens aangelegd. In dit model zou ook ruimte zijn voor een ecologische verbindingszone tussen het IJmeer en de Oostvaardersplassen. Vooral de vereniging Natuurmonumenten is erg gecharmeerd van dit idee.
Johan Karst, die vanuit de Amsterdamse dienst Ruimtelijke Ordening bij de IJmeervisie is betrokken, weet niet welke oplossing er uit zal rollen. “Op elk model is wel iets af te dingen. Misschien duikt er in de komende maanden nog wel een andere optie op waar iedereen zich enthousiast achter schaart.” Als er in dit stadium geen overeenstemming over de IJmeerlijn en Almere Pampus wordt bereikt, is dat volgens hem ook niet erg. Het kabinet zal waarschijnlijk toch nog geen besluit nemen over de precieze invulling van de plannen. In de visie zullen sowieso vooral ideeën worden uitgewerkt met een accent op natuurontwikkeling en uitbreiding van recreatievoorzieningen. “We moeten het kabinet duidelijk maken dat het bij de ontwikkeling van het IJmeer om meer gaat dan een investering in infrastructuur en nieuwe huizen. Als we daarin slagen hebben we al heel veel bereikt.”

Europa en de rechter

Er zullen de komende maanden dus waarschijnlijk nog geen knopen over Almere Pampus en de IJmeerlijn worden doorgehakt. Dat geeft de partijen ook meer tijd om met Brussel te overleggen over wat wel en niet kan in het IJmeer. Immers, niet elke vorm van natuurontwikkeling hoeft goed uit te pakken voor de soorten die door de Vogelrichtlijn worden beschermd. Het is mogelijk dat door bepaalde maatregelen de natuur in het IJmeer er op vooruit gaat, maar dat het aantal kuifeenden, tafeleenden of nonnetjes terugloopt. Zonder overleg met Europa zou er dan meteen een streep door de plannen worden gezet.
Als Europese ambtenaren geen roet in het eten gooien, is er altijd nog de Nederlandse rechter die plannen kan blokkeren. Amsterdam heeft onlangs bij het bestemmingsplan voor de tweede fase van IJburg mogen ervaren hoe streng de rechterlijke macht naar mogelijke effecten op beschermde planten- en diersoorten kijkt. Ook voor de ontwikkelingen in het IJmeer zal het belangrijk zijn om de fauna en flora nauwkeurig te inventariseren en de gevolgen van bouwplannen af te wegen tegen de maatschappelijke baten. Anders is het voor die ene natuurorganisatie of bewonersvereniging die zich niet met de plannen kan verenigen wel erg gemakkelijk om zijn gelijk bij de rechter te halen. Toch denkt Versnel van Vereniging Natuurmonumenten dat juridische instanties gevoelig zullen zijn voor de manier waarop de afwegingen tot stand zijn gekomen. “Als het proces zorgvuldig is verlopen, is een rechter minder geneigd om besluiten te vernietigen. Maar helemaal zeker weet je het natuurlijk nooit.”

Spelen met de IJmeer Rummicub

Wie naar integrale oplossingen zoekt voor de problemen in het IJmeer, moet eerst een overzicht hebben van de mogelijkheden per sector. Met dat idee is het IJmeer Rummicub ontwikkeld. Voor elk deelonderwerp zijn vier toekomstscenario’s in beeld gebracht: de nulvariant, waarbij de bestaande situatie wordt voortgezet, en drie alternatieve oplossingen voor de knelpunten in de sector. Sommige scenario’s per sector sluiten elkaar uit (bijv. D1 en D2), andere zijn een ingrijpender variant van een eerder gepresenteerd toekomstperspectief (bijv. B1, B2 en B3). Vervolgens kan ook voor alle deelgebieden samen worden bekeken welke oplossingen tegenover elkaar staan en welke elkaar aanvullen en win/win-situaties creëren. Zo gaat A1 goed samen met B1 en B2, C1 en eventueel C2 en E1 en E2. Hetzelfde geldt voor A2 met B2 en B3 en/of C3 en E2. Tegelijkertijd zijn alle B- en in mindere mate alle E-varianten moeilijk te verenigen met A2 en A3, C2 en C3 en D2 en D3. Van het open karakter van het IJmeer blijft namelijk in deze laatste scenario’s weinig overeind.

Jaco Boer

 

 

Deel
Polderen over de toekomst van het IJmeer
De lange mars naar IJburg III

Amsterdam en Almere raken voor woningbouw en werkgelegenheid steeds meer op elkaar aangewezen. Vooral voor het IJmeer buitelen de plannen voor woningbouw, infrastructuur, kustbescherming en natuur en recreatie over elkaar." data-share-imageurl="">