Overslaan en naar de inhoud gaan
Column Kasper Baggerman
De Jonge staat op een splitsing, maar marcheert met regulering middenhuur stug rechtdoor

Dat de Wet betaalbare huur van woonminister Hugo de Jonge door zowel marktpartijen als woonactivisten wordt aangevallen, viel te verwachten. Het lijkt daadkrachtig beleid, maar is puntje bij paaltje exemplarisch voor een kabinet dat geen fundamentele keuzes maakt.

De opinie van
Image
Kasper Baggerman. Foto: Xander Remkes

Voor- én tegenstanders van meer regulering van de woningmarkt zijn ontevreden met de plannen van De Jonge om het puntenstelsel door te trekken naar middenhuur.

Grofweg heb je aan de ene kant ‘de markt’, de beleggers, bouwers en ontwikkelaars. Die vrezen voor minder bouw en uitpondgolven en keren zich almaar feller tegen al wat naar regulering riekt. De Neprom zou het liefst eisen voor betaalbare woningbouw van tafel vegen, Vastgoed Belang noemt de reguleringsplannen ‘een herhaling van fouten in de Nederlandse huisvestingsmarkt’, doelende op de verhuurderheffing.

Aan de andere kant heb je huurdersorganisaties en woonactivisten, die de plannen juist slappe hap vinden. De puntengrens had hoger moeten liggen en hoezo is een huur van ruim 1.100 euro ‘betaalbaar’, klinkt het. Volgens de Woonbond zorgt de huidige puntentoekenning er bovendien voor dat de meeste nieuwbouw buiten de regulering valt, en actiegroep Woonopstand zou liefst alle huren gereguleerd zien.

Fundamentelere keuzes zijn nodig

De ontevredenheid aan beide kanten is logisch. De minister staat op een splitsing, maar blijft stug rechtdoor marcheren. Hij kiest niet voor ongebreidelde marktmacht en een heilig geloof in het spel van vraag en aanbod. Noch kiest hij voor ware volkshuisvesting, met ‘wonen voor mensen, niet voor winst’. Met de Wet betaalbare huur wil De Jonge van beide paden een beetje. Enerzijds zegt hij graag ‘wonen is een recht’ en trekt hij dus de broekriem aan bij investeerders. Anderzijds wil hij dat diezelfde investeerders veel woningen aanbieden en bouwen.

Los zand-ingreep

Het is paradoxaal beleid. Dat laat zich niet oplossen door kunstgrepen om investeren toch aantrekkelijk te houden (de almaar hogere nieuwbouwopslag, een flink aantal punten voor hoge energielabels en buitenruimten), getuige de aanhoudende weerstand. Ondertussen voeden die kunstgrepen wel het ‘slappe hap’-sentiment.

Fundamentelere keuzes zijn nodig. Sleutelen aan het verdienvermogen van marktpartijen kan. Hun grote rol in de middenhuur is geen natuurwet. Maar dan moet je wel een alternatief bieden. Dat is er nu niet. De minister houdt het (vrij recent opgetuigde) huursysteem van ‘gereguleerde huur voor de armen door de corporaties’ en ‘middenhuur en vrijesectorhuur voor hogere inkomens door marktpartijen’ grotendeels overeind. Van een substantiële groei van de sociale sector zal de komende jaren geen sprake zijn en de rol van de corporaties in het middensegment is vooralsnog marginaal. Er is meer nodig dan het afschaffen van de verhuurderheffing en de markttoets om hier verandering in te brengen. Er moet daadwerkelijk geïnvesteerd worden.

Zonder dergelijke keuzes dreigt de Wet betaalbare huur de zoveelste los zand-ingreep in de woningmarkt te worden, die niemand echt kan bekoren. Sommige huurders zullen er van profiteren, anderen zullen er juist de dupe van zijn, en gaat over tot de orde van de dag. Die stuurloosheid valt De Jonge als minister in een verdeeld en nu demissionair kabinet niet per se te verwijten. Maar de wooncrisis gaan we er niet mee oplossen.

Kasper Baggerman is journalist. Hij schrijft over wonen, leefbaarheid en ruimtelijke ordening. Als één van de vier columnisten van NUL20 neem hij iedere twee maanden een aspect van het woningmarktbeleid onder de loep dat relevant is voor de Metropoolregio Amsterdam.

Het kwartet vaste columnisten van NUL20 bestaat naast Baggerman uit Léon Bobbe, Ruud Fiere en Mirthe Biemans.

Trefwoorden