<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<rss version="2.0" xml:base="http://www.nul20.nl" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/">
<channel>
 <title>De leeskamer</title>
 <link>http://www.nul20.nl/taxonomy/term/43</link>
 <description>The taxonomy view with a depth of 0.</description>
 <language>nl</language>
<item>
 <title>7 boeken</title>
 <link>http://www.nul20.nl/issue54/lk</link>
 <description>&lt;h2&gt;Bouwen op menselijke schaal&lt;/h2&gt;&lt;p&gt;Ook &amp;lsquo;De Spontane stad&amp;rsquo;, een bundel columns, reportages en interviews, doet een beroep op planners en ontwikkelaars om eindgebruikers centraal te stellen. Minder grootschalig denken, luisteren naar idee&amp;euml;n en wensen (co-ontwerp) en ruimte laten voor toeval, bijvoorbeeld bij zelfbouw. Een bijgeleverd manifest roept op om af te stappen van strakke regie met structuur- en bestemmingsplannen en op zoek te gaan naar &amp;lsquo;collectieve waarden&amp;rsquo; bij bouwprojecten. Die kan je vertalen in bruikbare thema&amp;rsquo;s als energiebesparing of waterbeheer. &lt;br /&gt;Vrijheid, stellen veel auteurs in deze bundel, moet je organiseren, anders sneeuwt het onder in beheerszucht en visionaire plannen van enkelingen. De stad is nooit af, maar ook de stedenbouwkundige zou zichzelf van tijd tot tijd opnieuw uit moeten vinden.&lt;br /&gt;Dit boek sluit aan op de twintigjarige ervaring van Urhahn Urban Design. Gert Urhahn, die overigens vijftien jaar bij de Amsterdamse Dienst Ruimtelijke Ordening werkte, tot slot: &amp;ldquo;De crisis dwingt grote partijen bescheidener te opereren en meer partijen toe te laten.&amp;rdquo;&lt;br /&gt;&lt;i&gt;De Spontane stad, een pleidooi voor openheid, flexibiliteit en verrassing in de stedenbouw, diverse auteurs, Christian Ernsten (hoofdredactie), BIS Publishers Amsterdam, groot formaat paperback, 173 pagina&amp;rsquo;s, ISBN 978-90-6369-255-1, &amp;euro;29,90&lt;/i&gt;&lt;/p&gt;&lt;h2&gt;Sterke verhalen&lt;/h2&gt;&lt;p&gt;Twintig jaar experimenteren met participatie heeft het inzicht opgeleverd dat je er zonder gedeelde visie niet uitkomt. Wie met een beperkt budget en grote ambities gebiedsplannen maakt, kan niet zonder &amp;lsquo;sterk verhaal&amp;rsquo;. En dan geen vastgelegde route, begeleid door een leuk praatje, maar een gezamenlijk leerproces. In een echt sterk verhaal kunnen alle betrokken partijen zich herkennen.&lt;br /&gt;Terwijl planning steeds vaker wordt uitbesteed aan marktpartijen roept dit boek op terug te keren naar democratischer en tegelijk eenvoudiger ontwerpprocedures. Toetsingskaders en controlesystemen dwarsbomen vaak nog de inbreng van ge&amp;euml;ngageerde burgers, deskundigen en andere partijen. Naast gezamenlijke visievorming zou kennisdeling een hoofdrol moeten spelen. Dat kan door te beginnen met een &amp;lsquo;brede verkenningsfase&amp;rsquo;, waarin wensen en mogelijkheden rond een gebied op een rij worden gezet. Pas daarna zou een politiek besluit moeten volgen. &lt;br /&gt;&lt;i&gt;Sterke verhalen, hoe Nederland de planologie opnieuw uitvindt, Maarten Hajer c.s., Uitgeverij 010 Rotterdam, hardcover, 319 pagina&amp;rsquo;s, ISBN 978-90-6450-734-2, tweetalig (Ned./Eng.), &amp;euro;29,50&lt;/i&gt;&lt;/p&gt;&lt;h2&gt;Op zoek naar een wijkfilosofie&lt;/h2&gt;&lt;p&gt;Nu de vernieuwing op basis van grootschalige sloop en nieuwbouw is vastgelopen, ontstaat wat ruimte voor andere benaderingen van het wonen. Meer aandacht voor de ervaring en leefwereld van bestaande en toekomstige bewoners is er &amp;eacute;&amp;eacute;n van. De wereld van bewoners blijkt er namelijk vaak heel anders uit te zien dan die van planners van stedelijke vernieuwing, ook al gaat het om hetzelfde gebied. Bewoners denken zelden in termen van vastgoed, herhuisvestingopgaven en sociale investeringen. Hun wereld kent eigen symbolen en verhalen en een andere dynamiek en logica. In &amp;lsquo;De alledaagse en de geplande stad&amp;rsquo; wordt niettemin geprobeerd die werelden bij elkaar te brengen, zodat professionals hun institutionele denkkaders kunnen verruimen met een wat lager-bij-de-gronds begrip van hoe de stad werkt. &lt;br /&gt;Veel aandacht is er voor branding, maar voorzien van de vraag wat je er precies mee bedoelt. Praten we over een merk&amp;hellip; of een proces? Wat gaat er werkelijk schuil onder begrippen als &amp;lsquo;leefstijl&amp;rsquo; of &amp;lsquo;woonmilieu&amp;rsquo;? En bestaat er binnen de verbrokkelde cultuur van moderne Nederlandse wijken nog zoiets als een collectieve identiteit? &lt;br /&gt;In verschillende bijdragen wordt de beleving van een wijk als aanknopingspunt voor identiteit bekeken. Daaruit wordt eens te meer duidelijk dat per gebied van verschillende identiteiten (mv) sprake is. Groot is daarom de behoefte aan intermediairs, mensen die alle partijen om de tafel kunnen brengen. Maar ook om te voorkomen dat bij participatie &amp;lsquo;het alledaagse&amp;rsquo; in de institutionele wereld wordt gezogen en onherkenbaar wordt. Ontwikkelen en beheren zouden dan samen kunnen vallen.&lt;br /&gt;&lt;i&gt;De alledaagse en de geplande stad, over identiteit, plek en thuis, Arnold Reijndorp en Leeke Reinders c.s., SUN Trancity Amsterdam, paperback, 200 pagina&amp;rsquo;s, ISBN 978-90-8506-8266, &amp;euro;19,50&lt;br /&gt;(Uit de serie &amp;lsquo;deSTADSWIJKstudies&amp;rsquo;)&lt;/i&gt;&lt;/p&gt;&lt;h2&gt;Ik bouw een energieneutraal huis&lt;/h2&gt;&lt;p&gt;In 2007 startte Pieter Weijnen van FARO architecten met de bouw van &amp;lsquo;Het Blauwe Huis&amp;rsquo;, zijn huidige woning op IJburg. Het huis moest niet alleen comfortabel maar ook duurzaam en energieneutraal worden. Het rijk ge&amp;iuml;llustreerde boek Shou Karamatsu is een verslag van het bouwproces. Met, zoals het een architectenbureau betaamt, ook de nodige theorie en techniek. De hoofdconstructie werd van massief hout in plaats van beton. Voor de ondersteuning van de ingehangen woonverdieping werd zelfs een boomstam gebruikt. De houten buitengevel werd verduurzaamd door de oppervlakte met een Japanse techniek &amp;ndash; Shou Karamatsu - te laten branden. Het Blauwe Huis is een gecertificeerd &amp;lsquo;passiefhuis&amp;rsquo; geworden; door de optimale isolatie zorgt zoninstraling in principe voor voldoende warmte. Daarnaast is een minimale verwarmingsinstallatie nodig. Zonnecollectoren en zelfs een windmolen zorgen voor de energie. Het eventuele surplus aan opgewekte energie wordt opgeslagen door het water in buffervaten op te warmen.&lt;br /&gt;&lt;i&gt;&amp;lsquo;Shou Karamatsu, het ontstaan van een energie-neutraal huis&amp;rsquo;. Uitgever: Faro architecten (www.faro.nl); auteur: Pieter Weijnen, fotograaf Hans Peter F&amp;ouml;llmi&lt;/i&gt;&lt;/p&gt;&lt;h2&gt;Op de bres voor huurders&lt;/h2&gt;&lt;p&gt;De Woonbond bestaat twintig jaar. En dus is er een jubileumboek. Journalist John C&amp;uuml;sters brengt de roerige geschiedenis van de Woonbond in kaart. Hij begint zelfs in de jaren zestig, omdat daar de kiem wordt gelegd voor de huurdersbeweging. C&amp;uuml;sters zet de ontwikkelingen af tegen die in het Nederlandse volkshuisvestingsbeleid, waardoor twintig jaar strijd voor een sociaal woonbeleid in een breder kader wordt gezet. Maar ook veel intern organisatieleed, zoals faillissementsdreigingen, bestuurscrises en veel geschipper om de versnipperde achterban tevreden te houden. Onder leiding van directeur Maria van Veen (1997-2007) verdubbelde de vereniging haar ledental tot 800.000.&lt;br /&gt;In de epiloog mogen nog enkele deskundigen hun mening over de Woonbond geven.&lt;br /&gt;&lt;i&gt;&amp;lsquo;Twintig jaar op de bres voor huurders &amp;ndash; De geschiedenis van de Nederlandse woonbond&amp;rsquo;. Auteur: John C&amp;uuml;sters. Uitgever: De Woonbond, &amp;euro;35 (inclusief DVD met actiebeelden) zie www.woonbond.nl.&lt;/i&gt;&lt;br /&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;h2&gt;Verder verschenen:&lt;/h2&gt;&lt;h3&gt;Bewonerscommunicatie&lt;/h3&gt;&lt;p&gt;Een handboek voor communicatiespecialisten dat leunt op de praktijk. Niet verrassend met een hoog instrumenteel gehalte, toegespitst op campagnes rond duurzame woningverbetering. Veel aandacht voor strategie en middelen, maar ook voor onmisbare vaardigheden als luisteren en overtuigen.&lt;br /&gt;&lt;i&gt;Bewonerscommunicatie bij duurzame woningverbetering, praktisch handboek voor projectleiders en hun medespelers, Charlie Kock c.s. (red.), Aeneas Boxtel, groot formaat paperback, 128 pagina&amp;rsquo;s, ISBN 978-94-6104-004-6, &amp;euro;45&lt;/i&gt;&lt;/p&gt;&lt;h3&gt;Hoe 100 Chinezen elkaar vonden&lt;/h3&gt;&lt;p&gt;Geheel tegen de trend van &amp;lsquo;zorg op afroep&amp;rsquo; in ontstond in Zuidoost (2009) een woongroep voor inmiddels honderd Chinese ouderen. &amp;lsquo;Foe Ooi Leeuw&amp;rsquo; verhaalt hoe de bewoners, met vaak een andere achtergrond, elkaar vonden. Bijzonder was de rol van kunstenaars. Zij slaagden erin om onuitgesproken wensen boven tafel te krijgen, zodat de zorginstelling en de ontwikkelaar er verantwoord mee aan de slag konden.&lt;br /&gt;&lt;i&gt;Foe Ooi Leeuw, huis om in harmonie samen te wonen, Yolanda Bakker, een publicatie van Cultuur-ondernemen/OsiraGroep/Rochdale en Young Designers &amp;amp; Industry, 74 pagina&amp;rsquo;s, ISBN 978-90-807386-5-2, &amp;euro;10&lt;br /&gt;Bestellen via www.cultuur-ondernemen.nlv&lt;/i&gt;&lt;/p&gt;</description>
 <category domain="http://www.nul20.nl/taxonomy/term/43">De leeskamer</category>
 <category domain="http://www.nul20.nl/taxonomy/term/46">Boeken</category>
 <pubDate>Tue, 25 Jan 2011 23:22:40 +0100</pubDate>
 <dc:creator>admin</dc:creator>
 <guid isPermaLink="false">1964 at http://www.nul20.nl</guid>
</item>
<item>
 <title>4 boeken en 2 tijdschriften</title>
 <link>http://www.nul20.nl/issue53/lk</link>
 <description>&lt;h2&gt;Buitenruimte voor de moderne stedeling&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Wat op het eerste gezicht lijkt op een koffietafelboek, blijkt bij lezing een gedegen beschrijving van de bijna driehonderd (!) pleinen die Amsterdam rijk is. Kleine, grote, mooie en helaas ook lelijke. Hilde de Haan en Bob Witman werken als architectuurcriticus voor de Volkskrant en hebben de opdracht van initiatiefnemer Stadgenoot merkbaar serieus genomen. Het resultaat gaat veel verder dan een vlotte historische beschrijving. Pleinen kunnen immers veel gezichten vertonen, waarbij de rol van de gebruikers per decennium, of zelfs per dagdeel kan wisselen. &lt;br /&gt;De Haan en Witman verliezen zich desondanks niet in al te po&amp;euml;tische beschrijvingen, maar blijven rustig analyseren. Zo bekijken ze de wisselwerking met &amp;lsquo;de stad&amp;rsquo; vanuit verschillende perspectieven en gaan ze de vraag naar veranderende functies van pleinen niet uit de weg. Kostbare vernieuwingen van bijvoorbeeld het Mercator- of het Museumplein geven aan dat deze open ruimtes noodgedwongen meebewegen met bewoners en beleidsmakers.&lt;br /&gt;De foto&amp;rsquo;s zijn van Jeroen Musch. Achterin het boek staat een pleinengids.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;&lt;i&gt;Amsterdamse pleinen, Bob Witman en Hilde de Haan, Valiz Amsterdam i.o.v. Stadgenoot, gebonden, 210 pagina&amp;rsquo;s, ISBN 978-90-78088-43-1, prijs &amp;euro;25 &lt;/i&gt;&lt;/p&gt;
&lt;h2&gt;Kleurrijke geschiedenis van een gebouw&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;In &amp;lsquo;De Verfdoos&amp;rsquo; beschrijft stadssociologe Ineke Teijmant met veel gevoel voor detail de geschiedenis van het gelijknamige gebouw aan de Slotermeerlaan. NUL20 schreef er eerder over. Het naoorlogse complex kreeg onlangs dankzij de intelligente ingrepen van Van Schagen Architekten een tweede leven. Fotograaf Bart Sorgedrager zorgde voor sprekende hedendaagse beelden, die geplaatst naast de oude zwart-witfoto&amp;rsquo;s van Jan Versnel (koningin Juliana op bezoek!), al bijna alles zeggen over de demografische veranderingen in de buurt en de flat zelf. &lt;br /&gt;In het boek zit een facsimile van het blad Goed Wonen (&amp;ldquo;wijst de weg&amp;rdquo;) uit 1956. &lt;/p&gt;
&lt;p&gt;&lt;i&gt;De Verfdoos, Ineke Teijmant, Uitgeverij Bas Lubberhuizen Amsterdam, gebonden,72 pagina&amp;rsquo;s, ISBN 978-90-5937-249-8, &amp;euro;17,50 (Uit de reeks &amp;lsquo;Veranderende buurten in Amsterdam&amp;rsquo;)&lt;/i&gt;&lt;/p&gt;
&lt;h2&gt;Station als knooppunt van stedelijke ontwikkeling&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Niet alleen pleinen, ook spoorzones rond stations blijken een dankbaar onderwerp te kunnen zijn voor een boek. Dan praten we in Nederland al snel over zo&amp;rsquo;n 500 hectare. Ton Venhoeven, rijksadviseur voor de infrastructuur, en Koen van Velsen, spoorbouwmeester, beschrijven in &amp;lsquo;Station Centraal&amp;rsquo; de veranderende functie van het klassieke station. Een aantal stationslocaties heeft een totale make-over achter de rug. Wachtende reizigers veranderen daardoor in tijd dodende funshoppers of opgewekte klanten van de champagnebar op het perron. Het station wordt een verblijfsgebied en centrale vestigingsplek voor kantoren en bedrijvigheid. Maar het blijft ondertussen natuurlijk vooral een knooppunt van verschillende transportmogelijkheden. &lt;br /&gt;Veel transformaties zitten nog in de pen. Om die succesvol te laten verlopen - met een schuin oog op het omstreden station van Stuttgart - behandelen Venhoeven en Van Velsen thema&amp;rsquo;s als complexiteit, toekomstbestendigheid en volgtijdelijkheid van deelprojecten. Beleidsmakers moeten overigens niet schrikken van lange doorlooptijden en kunnen ondertussen vast wennen aan de uit Amerika overgewaaide term voor dit type ontwikkeling: &amp;lsquo;transit oriented development&amp;rsquo;. &lt;br /&gt;De auteurs zijn optimistisch gestemd en bieden behalve veel (ook Amsterdamse) voorbeelden vijf degelijk uitgewerkte Nederlandse casussen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;&lt;i&gt;Station Centraal, over het samenbinden van de stad, Ton Venhoeven en Koen van Velsen, Uitgeverij 010 Rotterdam, ingenaaid, 160 pagina&amp;rsquo;s, ISBN 978-90-6450-743-4, prijs &amp;euro;24,50 &lt;/i&gt;&lt;/p&gt;
&lt;h2&gt;Van schooljongen tot toparchitect&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;In het prachtig uitgegeven &amp;lsquo;Circumstances&amp;rsquo; beschrijft architectuurhistoricus Hans Ibelings de ontstaansgeschiedenis van architectenbureau MVSA, onder meer bekend van de ING-&amp;lsquo;schoen&amp;rsquo; en La Grande Cour aan het Westerdok. Naamgevers Roberto Eduardo Meyer en Jeroen Wouter van Schooten kennen elkaar van een Hilversums lyceum en zijn nu, tientallen jaren later, behalve bevriend, nog steeds collega&amp;rsquo;s. Voordat de architectentitel officieel was behaald, runden ze al een eigen bureau. Van woningen en winkels ging het tot steeds grotere opdrachten, tot in het Midden-Oosten toe. &lt;br /&gt;De titel verwijst naar de steeds veranderende opdracht waarvoor een architect zich, tijdens het ontwerpen, ziet gesteld. Denk alleen maar aan de economische conjunctuur. Ibelings laat aan de hand van de geschiedenis van MVSA zien hoezeer een architect genoopt is te opereren binnen een team van ontwikkelaars, aannemers en adviseurs. Hoewel Ibelings pragmatisme noemt als herkenbare eigenschap van het bureau, is in de vele foto&amp;rsquo;s wel degelijk ook een artistiek handschrift te herkennen. Dan blijkt het spacy interieur van de Shoebaloowinkel niet zo ver weg van het ING House.&lt;br /&gt;In het boek staan veel Amsterdamse ontwerpen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;&lt;i&gt;Circumstances, werk van Meyer en van Schooten architecten, Hans Ibelings, Sun Amsterdam, ingenaaid, 265 pagina&amp;rsquo;s, tweetalig (N/E), ISBN 978-90-8506-9713, &amp;euro;45&lt;/i&gt;&lt;/p&gt;
&lt;h1&gt;Tijdschriften&lt;/h1&gt;
&lt;p&gt;In de vakbladen echo&amp;euml;n de plannen van het nieuwe kabinet en de bezuinigingen van Amsterdam nog na. In &lt;b&gt;Property NL (nr. 16 - 2010)&lt;/b&gt; uiten hoogleraar gebiedsontwikkeling Friso de Zeeuw en Bouwend Nederland-voorman Elco Brinkman hun verbazing over de opheffing van het ministerie van VROM. Dat er op rijksniveau geen aandacht meer is voor ruimtelijke ordening, vinden ze ook onbegrijpelijk. Andere voormannen als IVBN-voorzitter Ren&amp;eacute; Hogenboom en Aedes-voorzitter Marc Calon zijn ook zwaar teleurgesteld over het uitblijven van hervormingen op de woningmarkt. Volkshuisvestingskenner Hugo Priemus verwacht nog meer chaos en verwarring. &amp;ldquo;Iedereen weet dat de hypotheekrenteaftrek niet houdbaar is, dus de onzekerheid op de koopmarkt blijft bestaan.&amp;rdquo; Het tijdschrift gaat ook uitgebreid in op de aangekondigde halvering van de nieuwbouwplannen in de hoofdstad. Amsterdam blijkt niet alleen te staan in zijn bezuinigingsdrift. Den Haag trok onlangs de stekker uit een groot aantal projecten, waaronder de vernieuwing van Scheveningen en bedrijventerrein de Binckhorst. Een derde van de duizend ambtenaren bij de Dienst Stedelijke Ontwikkeling staat er binnenkort op straat. In de hoofdstad zullen waarschijnlijk zo&amp;rsquo;n 100 tot 150 banen in de ruimtelijke sector worden geschrapt, geeft Maarten Van Poelgeest aan in het oktobernummer van&lt;b&gt; Building Business (nr. 8 - 2010)&lt;/b&gt;. In een lang interview kijkt hij uitgebreid terug op de gesprekken met de projectleiders die hun plannen bij de wethouder moesten verdedigen. &amp;ldquo;Het ging er soms heftig aan toe&amp;rdquo;, aldus Van Poelgeest. &amp;ldquo;De ambtenaren zijn verknocht aan hun project en wisten dat er voor een aanzienlijk deel van hen geen werk meer is.&amp;rdquo; Toch is er geen alternatief. De tijd van de dikke masterplannen is volgens Van Poelgeest voorbij. Projecten moeten simpeler en kleiner worden. &amp;ldquo;Met stapsgewijs ontwikkelen lopen we nu eenmaal minder risico.&amp;rdquo; Het klinkt als de grafrede voor integrale gebiedsontwikkeling. [JB]&lt;/p&gt;
</description>
 <comments>http://www.nul20.nl/issue53/lk#comments</comments>
 <category domain="http://www.nul20.nl/taxonomy/term/43">De leeskamer</category>
 <category domain="http://www.nul20.nl/taxonomy/term/46">Boeken</category>
 <pubDate>Wed, 24 Nov 2010 09:57:43 +0100</pubDate>
 <dc:creator>admin</dc:creator>
 <guid isPermaLink="false">1828 at http://www.nul20.nl</guid>
</item>
<item>
 <title>3 boeken, 2 tijdschriften</title>
 <link>http://www.nul20.nl/issue52/lk</link>
 <description>&lt;h2&gt;Geschiedenis van de Westelijke Tuinsteden&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;&amp;lsquo;Migranten in Slotermeer. Aanpassingsmoeilijkheden bij migrantengezinnen in een Amsterdamse tuinstad.&amp;rsquo; Zo luiden titel en ondertitel van een sociaal-psychologisch onderzoek waaruit blijkt dat ruim &amp;eacute;&amp;eacute;n op de vijf migrantenhuishoudens in Slotermeer kampt met spanningen binnen het gezin en met de omgeving. Op het eerste gezicht komt zo&amp;rsquo;n rapport niet verrassend over, maar wel als je bedenkt dat het stamt uit 1957. De migranten zijn &amp;lsquo;plattelanders&amp;rsquo; uit Friesland en Groningen die voor werk bij Fokker of op Schiphol naar Amsterdam zijn gekomen.&lt;br /&gt; Dat Nieuw-West eerder met migrantenpoblematiek te maken heeft gehad, komen we te weten uit het jongste boek van stadsgeograaf Ton Heijdra. Heijdra heeft gekozen voor een beschrijvende geschiedenis waarin zoveel mogelijk aspecten van het leven in Nieuw-West aan bod komen. Een loflijk streven, maar hierdoor worden veel zaken slechts kort aangestipt. Enkele simpele kaders waarin &amp;lsquo;gewone&amp;rsquo; bewoners aan het woord komen, hadden voor de nodige detaillering kunnen zorgen. &lt;br /&gt; Niettemin bevat het werk voor de liefhebber voldoende wetenswaardigheden om gestaag door te lezen, zoals het verdwenen katten- en hondenkerkhof, het grote aandeel Indische Nederlanders en de reden van het abrupte einde van de Burgemeester Ro&amp;euml;llstraat. De foto&amp;rsquo;s, overwegend zwart-wit, zijn prachtig. Velen zien Nieuw-West als non-descript, identiteit- en geschiedenisloos. Heijdra geeft het stadsdeel smoel - en een geschiedenis die in de annalen eeuwen verder teruggaat dan die van hartje Amsterdam.&lt;br /&gt; &lt;i&gt;Amsterdam Nieuw-West. De geschiedenis van de Westelijke Tuinsteden, Ton Heijdra, Uitgeverij Ren&amp;eacute; de Milliano, 168 pagina&amp;rsquo;s, ISBN 978 9072810 588, &amp;euro; 22,50.&lt;/i&gt;&lt;/p&gt;
&lt;h2&gt;Laat de stedenonderhoudskundige opstaan&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;In &amp;lsquo;Stedenbouw als strategie&amp;rsquo; wordt de discipline grondig doorgelicht aan de hand van zes essays en zes reacties. Onderwerpen als sluipende privatisering, de teloorgang van stedelijke diensten en het grotendeels uit handen geven van bouwprogramma&amp;rsquo;s passeren de revue. Het vak van stedenbouwkundige lijkt meer en meer te draaien om de vraag waar en hoe nog kan worden bijgestuurd. De verlammende werking van de economische crisis maakt grote optimistische gebaren helemaal onmogelijk. Wat overblijft is groot onderhoud... &lt;br /&gt; Moet de stedenbouwkundige zich transformeren in een stedenonderhoudskundige, die de geschiedenis en de ziel van stadswijken bewaakt? Of verandert hij in een makelaar die overheid en markt bij elkaar brengt? Het zijn vragen die duidelijk maken dat stedenbouwers een strategie voor hun eigen vak nodig hebben.&lt;br /&gt; Dit boek biedt overigens meer dan navelstaren door professionals, ook al is de taal doorspekt met jargon. Met te veel zinnen als: &amp;ldquo;een verleidelijk plan kan het begin zijn van een proces dat een uitnodiging is voor initiatieven&amp;rdquo;. Dat is jammer, want er worden wel degelijk noten gekraakt.&lt;br /&gt; Zo presenteert Annius Hoornstra (werkzaam bij het OGA) in &amp;lsquo;Open programmeren&amp;rsquo; een lezenswaardig perspectief op de Bijlmermeer. Hoogbouw en parkeergarages zijn al gesloopt, terwijl nieuwbouw op zich laat wachten. Bij een verkooptempo van honderd woningen per jaar en met ontwikkelaars die starten bij honderd procent voorverkoop, is het denken over tijdelijke invulling van de ruimte een interessante en paradoxale kluif voor stedenbouwkundigen. Hoornstra denkt aan studentencontainers, hotels en broedplaatsen, de gebruikelijke drie, maar sluit datsja&amp;rsquo;s of een Landal Green Park niet uit. De ruimte is er. Mochten er toch nieuwbouwplannen tot ontwikkeling komen, dan verwacht hij nieuwe financieringsconstructies en deelname van bijvoorbeeld energiebedrijven. &lt;br /&gt; In dit boek staan behalve scherpe teksten ook negen voorbeelden van wijken waar nieuwe stedenbouwkundige opvattingen zijn getoetst aan de praktijk. &lt;br /&gt; &lt;i&gt;Stedenbouw als strategie, de transformatie van de bestaande stad, diverse auteurs, SUN Trancity/KEI, Amsterdam, paperback, 168 pagina&amp;rsquo;s, ISBN 978-90-85067-948&lt;/i&gt;&lt;/p&gt;
&lt;h2&gt;Smart Energy City &amp;ndash; Amsterdam 2040&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;De auteurs van dit boekje hebben een zeer lezenswaardig toekomstbeeld geschreven van Amsterdam in 2040 waarin de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente zijn verwezenlijkt. De gedachtenoefening is in een verhalend vat gegoten. De lezer volgt een etmaal uit het leven van een fictieve reiziger, die na jaren afwezigheid, Amsterdam weer bezoekt in de zomer van 2040. Hij wordt bijgestaan door een even denkbeeldige als deskundige gids, die als voice-over de nodige uitleg geeft. Aparte kaders zorgen daarnaast voor hardcore informatie over koolzaadvelden, het nieuwe autorijden, slimme energiemeters, buurtopslag van waterstofgas, olie uit algen, zonnestroom, smart grids, enzovoort. Om de grootste valkuilen te omzeilen hebben de auteurs naar eigen zeggen hun verhaal zoveel mogelijk gefundeerd op trends van vandaag en gedocumenteerde technologie van morgen &amp;ndash; &amp;ldquo;zij het rijkelijk overgoten met de nodige wishful thinking.&amp;rdquo; Het boek is in beperkte oplage gedrukt en verkrijgbaar via de sponsors. En natuurlijk &amp;ndash; veel beter voor het milieu - gratis te downloaden.&lt;br /&gt; &lt;i&gt;Smart Energy City &amp;ndash; Amsterdam 2040, Auteurs Endre Tim&amp;aacute;r en Vanessa Rutgers, Tim&amp;aacute;r &amp;amp; Rutgers, Paperback liggend formaat, 55 pagina&amp;rsquo;s. Gesponsord door de gemeente Amsterdam(Klimaatbureau), Boer Hartog Hooft en Cofely.&amp;nbsp; ISBN 987-90-815434-1-5; de gemeente heeft een beperkt aantal exemplaren: mail naar &lt;a href=&quot;mailto:info@nieuwamsterdamsklimaat.nl?subject=Smart%20Energy%20City&quot;&gt;info@nieuwamsterdamsklimaat.nl&lt;/a&gt;, onderwerp &#039;Smart Energy City&#039;. Ook gratis te downloaden via &lt;a href=&quot;http://www.endretimar.com&quot;&gt;www.endretimar.com&lt;/a&gt;&lt;/i&gt;&lt;/p&gt;
&lt;h2&gt;Tijdschriften&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Eens zal er een nieuwe regering komen. Na alle studies en adviezen vertellen twee &amp;lsquo;kanonnen&amp;rsquo; uit de volkshuisvestingswereld - Peter Boelhouwer en Hugo Priemus (de huidige en vroegere directeur van het OTB in Delft) &amp;ndash; vertellen het nieuwe kabinet nog eens in het &lt;b&gt;augustusnummer &lt;/b&gt;van het &lt;b&gt;Tijdschrift voor de Volkshuisvesting&lt;/b&gt; hoe ze de vastgelopen woningmarkt vlot moeten trekken. Zij pleiten ervoor om de volgende vier jaar vooral te benutten om een ingrijpende hervorming van het woningmarktbeleid voor te bereiden. Tegelijkertijd zouden de huurprijsstijgingen tot 2 procent boven inflatieniveau mogen oplopen. Corporaties zouden ook verplicht moeten worden om het merendeel van die extra huurinkomsten op hun balans te reserveren om op termijn mee te kunnen betalen aan de inkomensafhankelijk geworden woontoeslag en niet-rendabele volkshuisvestingsprioriteiten van de landelijke en gemeentelijke overheid.&lt;br /&gt; Vanwege de broosheid van de huizenmarkt pleiten de heren ervoor om de koopmarkt zeker tot 2015 met rust te laten. Daarna kan een begin worden gemaakt met de stapsgewijze beperking van de hypotheekrenteaftrek en afschaffing van de overdrachtsbelasting. Tegen die tijd zal ook het woningwaarderingsstelsel voor sociale huurwoningen stap voor stap zijn hervormd, zodat het maximaal redelijke huurniveau overeen komt met de vrijemarkthuurprijzen in afzonderlijke regio&amp;rsquo;s. Het is niet het beleid waar de rechtse partijen op dit moment op af koersen, laten de auteurs in het verhaal ook weten. Maar het zou wel een verstandige keuze zijn. Hugo Priemus herhaalt in het &lt;b&gt;augustusnummer&lt;/b&gt; van &lt;b&gt;Building Business&lt;/b&gt; een deel van zijn argumenten en waarschuwt met name de VVD, D&amp;rsquo;66 en Groen Links voor al te grote ingrepen in het corporatiestelsel. In zijn ogen hebben deze maatschappelijke organisaties nog niets van hun relevantie verloren. Juist in een vrije marktsituatie - het ideaal van met name de VVD - is het belangrijk dat er verhuurders in de markt blijven die niet aan risicoselectie van bewoners doen en blijven investeren in economisch slechte tijden of gebieden met demografische krimp.&lt;/p&gt;
&lt;div class=&quot;auteur&quot;&gt;[JB]&lt;/p&gt;
&lt;p&gt; &amp;nbsp;&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;
</description>
 <comments>http://www.nul20.nl/issue52/lk#comments</comments>
 <category domain="http://www.nul20.nl/taxonomy/term/43">De leeskamer</category>
 <category domain="http://www.nul20.nl/taxonomy/term/46">Boeken</category>
 <pubDate>Mon, 20 Sep 2010 16:28:47 +0200</pubDate>
 <dc:creator>admin</dc:creator>
 <guid isPermaLink="false">1743 at http://www.nul20.nl</guid>
</item>
<item>
 <title>3 boeken, 2 tijdschriften</title>
 <link>http://www.nul20.nl/issue51/lk</link>
 <description>&lt;h2&gt;Krimpangst&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Nederland krimpt. Dat is de strekking van de nieuwe &amp;lsquo;Atlas voor gemeenten 2010&amp;rsquo;, die al weer een maand of twee geleden uitkwam. De krimpangst heeft bij diverse gemeenten inderdaad flink toegeslagen. En de ministeries van BZK en VROM formeerden zelfs al haastig een Topteam Krimp. Bevolkingsafname kan immers grote gevolgen hebben voor voorzieningen en leefklimaat in krimpgebieden, vooral op het platteland. &lt;br /&gt;Auteurs Gerard Marlet en Clemens van Woerkens onderzoeken de achtergronden van het ontstaan van spookdorpen. Ze bieden ook prognoses, waarbij de verschillen tussen gemeenten zichtbaar worden. Diverse regio&amp;rsquo;s zoals Zuid-Limburg of Noordoost-Groningen krimpen al enige tijd, maar volgens de auteurs moeten ook (voormalige) groeikernen rekening gaan houden met een teruglopende bevolking.&lt;br /&gt;Dat geldt niet voor Amsterdam. Jaarlijks verlaat weliswaar een flink aantal gezinnen de stad op zoek naar een betaalbare woning met tuin, maar ondertussen stromen veel jongeren de stad weer in. En anders dan de Atlas suggereert, blijven er meer gezinnen in de stad dan voorheen. In gebieden als het Olympisch Kwartier, Park de Meer, het Oostelijk Havengebied en IJburg zijn vooral gezinnen neergestreken. De opvallende stelling van de auteurs dat het zinloos is om te proberen gezinnen voor Amsterdam te behouden, mag dus met een korrel zout worden genomen.&lt;br /&gt;Terecht besteden Marlet en Van Woerkens aandacht aan concurrentie tussen gemeenten. Als je kijkt naar de totale geplande bouwproductie (340.000 woningen in alle Nederlandse gemeenten), en die afzet tegen de verwachte toename van het aantal huishoudens, dan is eenvoudig te voorspellen dat de woningmarkt zich hier en daar verruimt. De minder aantrekkelijke dorpen en steden zullen dan in hoog tempo inwoners verliezen. Die inwoners profiteren dankbaar van het stijgende woningaanbod en dalende huizenprijzen elders. Niet voor niets heeft het ruime aanbod in een stad als Almere huishoudens uit heel Nederland aangetrokken.&lt;br /&gt;Voor bestuurders is de vraag interessant in hoeverre beleid kan bijdragen aan bevolkingsgroei of het afremmen van krimp. Wat maakt een gemeente aantrekkelijk, en voor wie? Daarom is het handig dat de migratiebalansen in de nieuwe Atlas voor verschillende leeftijdsgroepen worden weergegeven. Vast staat dat de leeftijdsgroep tussen 15 en 29 het meest beweeglijk is. Een conclusie is dan snel getrokken: wie jonge huishoudens tevreden stelt, hoeft geen negatieve migratiebalans te vrezen.&lt;br /&gt;&lt;i&gt;Atlas voor gemeenten 2010; de 50 grootste gemeenten van Nederland op 40 punten vergeleken, Gerard Marlet en Clemens van Woerkens, VOC Uitgevers Nijmegen, grote paperback, 252 pagina&amp;rsquo;s, ISBN 978-90-808698-8-2, prijs 49 euro&lt;/i&gt;&lt;/p&gt;
&lt;h2&gt;Pionieren in West&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Eind april is het Waterpark in het Zuidwest Kwadrant (Osdorp) geopend. Tijdens de feestelijke bijeenkomst werd het boekje &amp;lsquo;Pionieren in West, 18 jaar stedelijke vernieuwing in het Zuidwest Kwadrant&amp;rsquo; gepresenteerd. Het boek, opgesteld door Regioplan, beschrijft het vernieuwingsproces in het Zuidwest Kwadrant. Daar startte achttien jaar terug de voorbereiding voor het eerste pilotproject voor de aanpak van de Westelijke Tuinsteden. Regioplan reconstrueert voor de opdrachtgevers de wordingsgeschiedenis van het Zuidwest Kwadrant. Boeiende lectuur voor professionals. Zij kunnen lezen dat aanvankelijk de nadruk lag op renovatie, terwijl gaandeweg steeds vaker werd gekozen &amp;ndash; ook door bewoners - voor sloop en nieuwbouw. En nu maken beleidsmakers en actiegroepen zich weer sterk voor meer renovatie. En als de nadruk op verdichting leidt tot een overprogrammering van appartementen, dwingt de markt ontwikkelaars tot meer differentiatie in woonmilieus, tot meer grondgebonden woningen en tot appartementen m&amp;eacute;t balkon. Met aardige uitspraken van betrokkenen, zoals oud-stadsdeelvoorzitter Simon Willing over de &amp;lsquo;dictatuur van Delft&amp;rsquo; (&amp;ldquo;ze papegaaien elkaar na over zichtlijnen&amp;rdquo;) en Stadgenoot-bestuurder Frank Bijdendijk: &amp;ldquo;Van Eesteren zat er achteraf gezien naast.&amp;rdquo;&lt;br /&gt;&lt;i&gt;Pionieren in West &amp;ndash; 18 jaar stedelijke vernieuwing in het Zuidwest Kwadrant. Door Regioplan. In opdracht van Eigen Haard, Rochdale, Stadgenoot, Ymere en stadsdeel Osdorp. Verkrijgbaar via Regioplan: &lt;a href=&quot;mailto:piet.renooy@regioplan.nl?subject=Pionieren%20in%20West%20-%20boek&quot;&gt;piet.renooy@regioplan.nl&lt;/a&gt;&lt;/i&gt;&lt;/p&gt;
&lt;h2&gt;Parkeerdruk&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Nederlanders bezitten samen 7,5 miljoen auto&amp;rsquo;s. Voeg daarbij de 2,1 miljoen bedrijfswagens, de auto&amp;rsquo;s van bezoekers uit het buitenland en de wetenschap dat auto&amp;rsquo;s het grootste deel van de tijd stilstaan, dan heb je een aardig beeld van de parkeerdruk in ons volgebouwde land.&lt;br /&gt;In juni verscheen een vervolg op het Zakboek Parkeren uit 2001, waarin deze keer 29 projecten met veel beeldmateriaal worden gepresenteerd. Voorbeelden die aangeven dat je parkeren met succes kunt integreren in de woonomgeving. Dat vraagt wel het nodige van architecten en stedenbouwkundigen, want de serie onvermijdelijke afwegingen is lang. Hoe onttrek je het blik aan het zicht? Hoe cre&amp;euml;er je veilige kinderspeelplaatsen in de directe omgeving? Wat doe je aan geluidsoverlast? Kies je voor individuele (drive in woningen) of collectieve oplossingen? En vergeet de kosten niet. Een garage op Borneo-eiland kostte destijds 14.525 euro, een openbare parkeerplek 2400. Bewoners van het VMX-complex op het Haveneiland bieden hun plek in de liftgarage alweer voor 35.000 euro aan!&lt;br /&gt;&lt;i&gt;Zakboek Parkeren voor de Woonomgeving, gebaseerd op onderzoek van Frederique van Andel (tevens red. c.s.), Uitgeverij 010 Rotterdam, ISBN 978-90-6450-689-5, prijs 29,50 euro &lt;br /&gt;Het boek is een initiatief van de Stichting Architecten Onderzoek Wonen en Woonomgeving&lt;/i&gt;&lt;/p&gt;
&lt;h2&gt;Tijdschriften&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Wie zich na deze NUL20 verder wil verdiepen in het onderwerp renovatie, kan zijn hart ophalen met het vakblad &lt;b&gt;Renovatie&lt;/b&gt;. Het tijdschrift verschijnt zes keer per jaar en biedt een mix aan technische artikelen, uitgebreide projectbeschrijvingen en interviews met bouwers en aannemers. Zo buigen in het jongste nummer (2010, nr. 2) enkele renovatiebedrijven zich over nieuwe ontwikkelingen in hun sector. Ze zijn blij met de toegenomen aandacht voor hun vak, dat ze als het mooiste ter wereld beschouwen. &amp;ldquo;Bij een nieuwbouwproject krijg je een gedetailleerde werkomschrijving mee, een renovatieklus vereist vakmanschap en improvisatietalent.&amp;rdquo; Tot hun verdriet hebben bij opdrachtgevers de boekhouders wel de overhand. Projecten worden daardoor vooral gegund aan de partij met de laagste prijs. Al maakt het bij veel corporaties ook uit of je de projectleider kent. &amp;ldquo;Dan mag je inschrijven&amp;rdquo;, aldus &amp;eacute;&amp;eacute;n van de bouwers. Over duurzaamheid maken de partijen zich opvallend weinig druk. Als er met opdrachtgevers al over wordt gesproken, gaat het vooral &amp;ldquo;over een beetje dubbel glas, wat meer gevelisolatie, dat werk&amp;rdquo;, laat een bouwer weten. En dat kunstje hebben ze vaker gedaan. &lt;br /&gt;Waar de renovatiebranche de wind nog in de zeilen heeft, dreigt het zogeheten maatschappelijke vastgoed volgens deskundigen in &lt;b&gt;Real Estate Magazine&lt;/b&gt; (2010, nr. 70) het grootste slachtoffer van de economische malaise te worden. Gemeenten en corporaties schroeven hun investeringen terug en marktpartijen doen niet mee. Wie maakt zich dan nog sterk voor nieuwe scholen, ziekenhuizen en buurthuizen? In het artikel blijft een duidelijk antwoord uit. Wel roept vastgoedkenner Lenny Vulperhorst op om de opgaven simpeler te maken. De tijd dat de bouw van een gymzaal moest worden ingebed in een integrale gebiedsontwikkeling, is volgens hem echt voorbij. Als een voorziening nodig is, moet die er gewoon komen. Zonder poespas of franje. &amp;ldquo;We hebben het met elkaar veel te complex gemaakt.&amp;rdquo;[JB]&lt;/p&gt;
</description>
 <category domain="http://www.nul20.nl/taxonomy/term/43">De leeskamer</category>
 <category domain="http://www.nul20.nl/taxonomy/term/46">Boeken</category>
 <pubDate>Tue, 29 Jun 2010 15:57:50 +0200</pubDate>
 <dc:creator>admin</dc:creator>
 <guid isPermaLink="false">1682 at http://www.nul20.nl</guid>
</item>
<item>
 <title>3 boeken, 2 tijdschriften</title>
 <link>http://www.nul20.nl/issue50/lk</link>
 <description>&lt;p&gt;&lt;b&gt;Amsterdam, steeds vernieuwd&lt;/b&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Tegenwoordig praten we over herstructurering, pardon, stedelijke vernieuwing. Maar termen &amp;eacute;n uitgangspunten veranderen natuurlijk in de tijd. In &amp;lsquo;Amsterdam op de helling&amp;rsquo; van politicoloog Herman de Liagre B&amp;ouml;hl valt te lezen hoe zich vanaf begin jaren zeventig het denken over de stadsvernieuwing ontwikkelt. Met alle politieke achtergronden. &lt;br /&gt;Het was burgemeester Ivo Samkalden die met de nota Stadsvernieuwing (in 1969) de alarmklok luidde. Amsterdam was verkrot door achterstallig onderhoud en verzakking door slechte houten funderingen. Woorden als &amp;lsquo;reconstructie&amp;rsquo; of &amp;lsquo;wederopbouw&amp;rsquo; verwezen toen al naar grootschalige sloop en nieuwbouw. Er waren buurten waar volgens plan de helft van de huizen zou verdwijnen, om plaats te maken voor woonblokken in de stijl van het Nieuwe Bouwen. Hierbij speelde de machtige dienst Publieke Werken een hoofdrol. Wethouders hadden niet veel in te brengen. Maar door het goed georganiseerde en soms tumultueuze verzet van buurtbewoners en linkse activisten ontstond binnen het college en de gemeenteraad - en vooral binnen de grootste bestuurspartij de PvdA - twijfel aan de kaalslag. Waarna tijdens het bewind van de politieke bulldozer Jan Schaefer (wethouder van 1978 tot 1986) de koers definitief werd verlegd naar &amp;lsquo;bouwen voor de buurt&amp;rsquo;. Kleinschaligheid en behoud van straatpatronen en rooilijnen werd het nieuwe uitgangspunt. Zorgvuldige procesbeheersing won het van de rigoureuze visie.&lt;br /&gt;Tot Ruud Lubbers vanaf 1982 met bezuinigingen langzaam een eind maakte aan de stadsvernieuwing. In 1992 was het rijksgeld helemaal op. Het eerste paarse kabinet (1994-1998) had zelfs voor het eerst geen minister voor stadsvernieuwing meer in zijn gelederen. Interessant is te lezen hoe Amsterdam daarop reageerde: met gedifferentieerd bouwen.&lt;br /&gt;De Liagre B&amp;ouml;hl doet niet alleen smakelijk verslag van de politieke en ambtelijke strijd, hij beschrijft ook per buurt hoe de vernieuwing tot stand kwam en welke vormen die aannam. Interessant is natuurlijk dat deze beladen geschiedenis is af te lezen aan de stad zoals die nu is. Ondertussen spreken we vanaf 1999 dus alweer over stedelijke vernieuwing, nu in termen van marktgerichte woonmilieus. De meest recente vernieuwingen vormen overigens geen onderwerp van dit boek.&lt;/p&gt;
&lt;div&gt;&lt;i&gt;Amsterdam op de helling; de strijd om de stadsvernieuwing, Herman de Liagre B&amp;ouml;hl, Boom Amsterdam, gebonden, 478 pagina&amp;rsquo;s,ISBN 978-90-8506-9515, 35 euro&lt;/i&gt;&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;&lt;b&gt;Eeuwige tussentijd&lt;br type=&quot;_moz&quot; /&gt;&lt;/b&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Een boek dat hier goed bij aansluit is &amp;lsquo;Stedelijke transformatie in de tussentijd&amp;rsquo;. Ook hierin speelt de tegenstelling tussen een grootschalige visionaire benadering en het meebewegen met de stad - lees vooral ook: de bewoners - zoals die is. In de tussentijd tussen plan, uitvoering en eindresultaat neemt een vernieuwingsgebied steeds andere vormen aan. Tijdelijke gebruikers en bewoners nestelen zich in de buurt. Zoals in dit geval het kunstenaarscollectief Laboratorium voor de Tussentijd, dat in samenwerking met architecten projecten opzet om een vernieuwingslocatie met andere ogen te kunnen bekijken. In samenwerking met bewoners en professionals kan zo een interessante zoektocht naar de identiteit van een gebied ontstaan. Hotel Transvaal is zo&amp;rsquo;n project. Het stelt bijvoorbeeld ambtenaren en corporatiemedewerkers in staat om zelf in deze buurt te verblijven, bij een mediterraan restaurant te eten en te overnachten in door kunstenaars ingerichte kamers. Hotel Transvaal leidde tot nieuwe inzichten en, dat ook, een zorgvuldiger omgang met de bestaande buurt. De tussentijd kan zo een impuls worden voor een omzichtiger transformatie.&lt;br /&gt;Dit boek gaat overigens veel verder dan een casebeschrijving. En verder is het lastig te zeggen wanneer die tussentijd ten einde loopt. Plannen moeten immers vaak worden aangepast. Neem de crisis. Wie het eindbeeld durft los te laten komt in een eeuwige tussentijd terecht. Procesdenken neemt dan de plaats in van een allesomvattende tekentafelbenadering.&lt;br /&gt;Het boek staat vol inspirerende praktijkvoorbeelden, die overigens geen model voor herhaling vormen!&lt;/p&gt;
&lt;div&gt;&lt;i&gt;Stedelijke transformatie in de tussentijd; Hotel Transvaal als impuls voor de wijk, onder redactie van Sabrina Lindemann en Iris Schutten, SUN Trancity Amsterdam, paperback, 264 pagina&amp;rsquo;s, ISBN 978-90-8506-7481, 32 euro&lt;br /&gt;&lt;/i&gt;&lt;br /&gt;&lt;b&gt;Waarzeggen voor volkshuisvesters&lt;/b&gt;&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;Volkshuisvesters en ontwikkelaars moeten beslissingen nemen over grote bedragen en over vastgoed dat minstens vijftig jaar mee moet. Een vergissing kan dus kostbaar zijn. Maar wat is een foute aanname als je vijftig jaar vooruit moet kijken met de wetenschap van nu? Adviseur en filosoof Klaas Mulder biedt in dit &amp;lsquo;Handboek voor waarzeggers&amp;rsquo; leerzame handvatten om de kwaliteit van de besluitvorming te verbeteren. Waarheidsvinding aan de hand van inzichten uit de filosofie, met name de kentheorie. Saai? Nee, maar wel heel degelijk. Bovendien kan Mulder leuk schrijven en weet hij met drie pakkende, uit de praktijk goed bekende thema&amp;rsquo;s de lezer bij de les te houden: leidt sloop van goedkope woningen tot een gevarieerder wijk? Is de multifunctionele brede school wel zo ideaal als gedacht? En ten derde: moet een corporatie een missie hebben om de klant te kunnen bedienen?&lt;/p&gt;
&lt;div&gt;&lt;i&gt;Handboek voor waarzeggers; kennis en besluitvorming in de volkshuisvesting, Klaas Mulder, een uitgave van Nestas Communicatie/Laagland&amp;rsquo;advies/Rotterdamse Organisatie Advies Groep, gebonden, 120 pagina&amp;rsquo;s, ISBN 978-90-76356-17-4, 57 euro (excl. BTW en verzendkosten)Bestellen kan via &lt;a href=&quot;http://www.nestas.nl&quot;&gt;www.nestas.nl&lt;/a&gt;&lt;/i&gt;&lt;/div&gt;
&lt;h3&gt;Tijdschriften&lt;/h3&gt;
&lt;p&gt;Het zal weinig lezers zijn ontgaan, dat de twee vakbladen van het Nirov met ingang van dit jaar flink zijn vernieuwd. Dat was ook hard nodig, verklaarde de kersverse hoofdredacteur van &lt;b&gt;Stedebouw &amp;amp; Ruimtelijke Ordening (S&amp;amp;RO)&lt;/b&gt; Jaap Modder in het eerste nummer. Het blad was een beetje te afstandelijk geworden, had een te strenge uitstraling en was soms ook wel erg formeel. Met een frissere uitstraling en inhoudelijk meer passie en positie moet het tijdschrift er in de vakgemeenschap meer toe gaan doen. Het februarinummer viel in dat licht nog een beetje tegen met verhalen over weinig verrassende trends als duurzaamheid en krimp. Het tweede nummer (april 2010) is al een stuk interessanter. Terwijl veel Nederlandse RO-professionals zich blindstaren op ontwikkelingen in de polder, verkent de redactie de gevolgen van de opkomst van megasteden in de rest van de wereld. Er blijken in China, Brazili&amp;euml; en Afrika veel Europese en Amerikaanse planners te worden ingehuurd om de snelle verstedelijking enigszins in goede banen te leiden. Al blijkt het in de praktijk niet mee te vallen om in Lagos of S&amp;atilde;o Paulo een masterplan door het lokale bestuur te loodsen. Je hebt toch met compleet andere culturen te maken, verzuchten stedenbouwkundigen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;&lt;b&gt;Het Tijdschrift voor de Volkshuisvesting &lt;/b&gt;heeft ook een nieuw jasje gekregen. Al doen ze het met de lay-out en infographics rustiger aan dan hun collega&amp;rsquo;s. Het blad ziet er wel eigentijdser uit en biedt voortaan in elk nummer een journalistiek achtergrondverhaal over een actuele kwestie. In de laatste editie (nummer 2, april 2010) is dat de losgebroken discussie over vermindering van de hypotheekrenteaftrek. De verschillende bouwkoepels maken in het artikel duidelijk dat ze daar niet erg blij mee zijn. &amp;ldquo;De woningmarkt is een vertrouwensmarkt&amp;rdquo;, verklaart NVB-directeur Nico Rietdijk. En dat vertrouwen wordt geschaad met dit soort proefballonnetjes. Bouwend Nederland-voorman Elco Brinkman is het daar roerend mee eens en verwacht grote economische gevolgen van het beperken van de aftrekmogelijkheden. NEPROM-voorzitter Wienke Bodewes ziet liever dat de dynamiek op de woningmarkt wordt hersteld. Hij verwijt het vorige kabinet dat het dit niet serieus heeft aangepakt. Daar liggen mogelijkheden voor het nieuwe kabinet.&lt;/p&gt;
</description>
 <category domain="http://www.nul20.nl/taxonomy/term/43">De leeskamer</category>
 <category domain="http://www.nul20.nl/taxonomy/term/46">Boeken</category>
 <pubDate>Wed, 19 May 2010 15:43:16 +0200</pubDate>
 <dc:creator>admin</dc:creator>
 <guid isPermaLink="false">1614 at http://www.nul20.nl</guid>
</item>
<item>
 <title>3 boeken, 2 tijdschriften</title>
 <link>http://www.nul20.nl/issue49/lk</link>
 <description>&lt;h2&gt;Wonen in kantoren&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;De kantorenmarkt is al een tijd geen groeimarkt meer. Alles draait nu om vervanging en de onderkant van de markt wordt ondertussen steeds kanslozer. Helaas leidt dit in een land met een grote behoefte aan woonruimte, bijvoorbeeld van jongeren en studenten, nog maar zelden tot transformatie. Eigenaars willen hun te hoge boekwaarden incasseren, veel gemeenten houden zich liever afzijdig en corporaties zijn huiverig voor een woud aan regels. Er is dus maar weinig praktijkervaring om op terug te vallen. Maar als initiatieven w&amp;eacute;l worden doorgezet ontstaan vaak bijzondere plekken, woongebouwen met fraaie entrees of hoge plafonds (in het eerder bij Uitgeverij 010 verschenen &amp;lsquo;Transformatie van kantoorgebouwen&amp;rsquo; staan daar fraaie voorbeelden van).&lt;br /&gt;Om te voorkomen dat ieder project weer bij nul begint, is nu deze Transformatiewijzer samengesteld. Het SBR, een kennisplatform voor de bouw, heeft oog voor de praktische kant van de zaak. Dit zorgvuldig opgebouwde boek bespreekt na een inleiding alle voorkomende financi&amp;euml;le en regelkundige onderdelen van transformatie tot woningen (dus niet tot hotels of alternatieve bedrijfsverzamelgebouwen). &lt;br /&gt;Zo wordt onder meer afgerekend met het grote misverstand dat het hierbij om nieuwe woningen gaat. Veel lastige bepalingen uit het Bouwbesluit vallen daardoor weg. Verder worden mogelijkheden besproken om bestaand onroerend goed fiscaal gunstig (tegen overdrachtsbelasting) te leveren.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;&lt;i&gt;Transformatiewijzer: van kantoor naar woonruimte; perspectief, financi&amp;euml;n en regelgeving, diverse auteurs, een uitgave van SBR Rotterdam, gebonden, 90 pagina&amp;rsquo;s, bestellen via: verkoop@sbr.nl,&amp;nbsp; &amp;euro; 125 (plus BTW en verzendkosten) &lt;/i&gt;&lt;/p&gt;
&lt;h2&gt;Vooruitgang: dus een plat dak&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Kort na de tweede wereldoorlog werd het modernisme de dominante stroming binnen de Nederlandse architectuur. De vooroorlogse traditie werd eenvoudig als &amp;lsquo;reactionair&amp;rsquo; terzijde geschoven. In die sterk ideologisch bepaalde periode gold het uitgangspunt dat slechts &amp;eacute;&amp;eacute;n opvatting de juiste kon zijn. Een schuin dak werd in een buurland als Duitsland bijvoorbeeld al snel als opleving van een inmiddels ongewenst verleden gezien. Bij de vooruitgang en wederopbouw kon slechts sprake zijn van platte daken. &lt;br /&gt;Tientallen jaren regeerden functionalisme en ingenieursrationaliteit. Maar met die neiging om gebouwen en straten als een verzameling functies te beschouwen ontstond tegelijk esthetische armoede en een gebrek aan beleving. Meer gerealiseerd vloeroppervlak droeg niet automatisch bij aan meer woongenot. &lt;br /&gt;Architectuurhistoricus Hans Ibelings beschrijft in het tweetalige &amp;lsquo;De nieuwe traditie/The new tradition&amp;rsquo; waarom gebouwen en omgevingen juist het alledaagse zouden moeten visualiseren en herkenning en beschutting kunnen bieden. Misschien wel juist in een dynamische - maar ook vervreemdende - tijd van internet en globalisering. Dat geldt voor buurten en dorpen, maar ook voor steden. Zonder duidelijke herkenningspunten en een gedeelde lokale geschiedenis kan die vervreemding snel toeslaan. Zeker als autistische (&amp;lsquo;moderne&amp;rsquo;) hoge gebouwen en grootschalige sloop en nieuwbouw het weefsel van de omgeving verstoren. &lt;br /&gt;Maar uit het rijkelijk aangeboden beeldmateriaal valt op te maken dat het teruggrijpen en voortbouwen op eerdere architectonische inzichten, &amp;lsquo;de traditie&amp;rsquo; als tegenbeweging, al langere tijd gaande is. Hierbij gaat het dan bij uitstek om geborgenheid en zorgvuldige inpassing in de omgeving. Onconventionaliteit en &amp;lsquo;het gebouw als machine&amp;rsquo; zijn leuk voor architectuurtoeristen, niet voor bewoners.&lt;br /&gt;Architectuurhistoricus&amp;nbsp; Vincent van Rossem schreef een hoofdstuk over de historische disputen (ruzies) tussen de verschillende groepen architecten, en de daaruit resulterende inzichten. Duidelijk wordt uit deze beschrijving in vogelvlucht de aanmatiging van diverse partijen, zeker de Moderne Beweging. &lt;br /&gt;&amp;lsquo;De nieuwe traditie&amp;rsquo; is opgebouwd uit korte, goed leesbare teksten, wat voor een boek over architectuur bijzonder is. Verder veel, maar eenzijdig samengesteld, beeldmateriaal. Wat dit boek mist is een paar goede gesprekken met architecten/stedenbouwkundigen die gebruik maken van traditionele inzichten. In hoeverre biedt die vooroorlogse traditie daadwerkelijk aanknopingspunten, bijvoorbeeld voor de verdichting van steden of de zichtbare samenhang binnen VINEX-locaties? Ook een sluitende verklaring voor de langdurige populariteit van het modernisme, en het effect op de architectenopleidingen, ontbreekt. Toch zou je van architecten die zich op de modernistische canon beroepen een reactie willen lezen op die nieuwe traditionele straten en huizen. Naast foto&amp;rsquo;s van nieuwbouw met een traditioneel karakter zouden bovendien voorbeelden van modernistische nieuwbouw, als illustratie van de verschillen, interessante inzichten kunnen opleveren.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;&lt;i&gt;De nieuwe traditie; continu&amp;iuml;teit en vernieuwing in de Nederlandse architectuur, Hans Ibelings en Vincent van Rossem, SUN Amsterdam, gebonden, &lt;br /&gt;270 pagina&amp;rsquo;s, ISBN 978-90-8056-6927, &amp;euro; 34,50&lt;br /&gt;Het boek is geheel tweetalig (Engels).&lt;/i&gt;&lt;/p&gt;
&lt;h2&gt;Water in de stad&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Zware regenval en daaropvolgende wateroverlast zijn ook in het volgebouwde Amsterdam niet onbekend. Ingenieurs proberen met slimme, maar zeer kostbare ingrepen het tijdelijk teveel aan water op te vangen en snel weer af te voeren. P&amp;ouml;tz en Bleuze bepleiten een bredere aanpak. Stedelijk water kan je beter zien te beheersen waar het nodig is, dicht bij de gebruikers. Dat kan onder meer door grasdaken, humusrijke groenstroken of waterstraten. Maar zichtbaar water kan ook een visuele verrijking van een woonomgeving zijn. Architecten en stedenbouwkundigen hebben dit ook ontdekt, zoals onder meer op IJburg valt te zien. &lt;br /&gt;In &amp;lsquo;Vormgeven aan stedelijk water&amp;rsquo; passeren dertig duurzame ontwerpen voor waterprojecten binnen bebouwde omgevingen de revue, waaronder vier Amsterdamse. Daarbij gaat het dus niet alleen om aantrekkelijke blauwe natuur, maar ook om waterbesparing en -zuivering, stedelijke kringlopen met greppels, poelen en vijvers, en decentrale oplossingen (zoals helofytenfilters). Aspecten als waterbalans, afvoer, buffering, klimaatbeheersing van gebouwen (met water), energieopwekking, avontuurlijke speelplekken &amp;eacute;n mogelijkheden voor participatie komen uitgebreid aan de orde. &lt;br /&gt;Voor duurzaam waterbeheer zijn in Nederland miljardeninvesteringen nodig. Dit is misschien het moment om veelzijdige watertoepassingen vroegtijdig in stedenbouwkundige planvorming op te nemen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;&lt;i&gt;Vormgeven aan stedelijk water; synergie van natuur, techniek en esthetiek, Hiltrud P&amp;ouml;tz en Pierre Bleuze, SUN Amsterdam, gebonden, 215 pagina&amp;rsquo;s, ISBN 978-94-6105-0021, &amp;euro; 39,50&lt;/i&gt;&lt;/p&gt;
&lt;h1&gt;Tijdschriften&lt;/h1&gt;
&lt;p&gt;Tot de meeste vakbladen die begin maart in de schappen lagen, was de val van het kabinet nog niet doorgedrongen. Alleen &lt;b&gt;Aedes Magazine&lt;/b&gt; (nr.4 24 febr.) kon nog melden dat CDA en ChristenUnie mogelijk als rompkabinet door zouden gaan. Inmiddels weten we dat Van der Laan en Cramer zijn vervangen door &amp;lsquo;OV Chipkaart&amp;rsquo; Tineke Huizinga en defensiespecialist Van Middelkoop, die daarmee de kazernes uitbreidt met de achterstandswijken.&lt;br /&gt;Wat daar kan gebeuren, hebben we in Culemborg-Terweijde kunnen zien. Aedes Magazine nr.4 sprak met een medewerker van de lokale corporatie Kleurrijk Wonen en vroeg hem wat je als woningverhuurder op zo&amp;rsquo;n moment eigenlijk doet? &amp;ldquo;Gedupeerde bewoners helpen en in de toekomst eerder problemen signaleren&amp;rdquo;. De manager stak ook de hand in eigen boezem. &amp;ldquo;We hebben de heftigheid van de onderhuidse spanningen onderschat. Eigenlijk hadden we twee jaar geleden al straatcoaches of politie moeten inschakelen. Van overlast was immers al lang sprake.&amp;rdquo; Corporatiemedewerkers in Groningen en Ede die in het verleden ook met incidenten in hun wijken te maken kregen, lieten in het blad soortgelijke geluiden horen. De Amsterdamse corporaties zijn gewaarschuwd: wees er snel bij. &lt;br /&gt;De sociale veiligheid in achterstandswijken kan ook via herstructurering worden aangepakt. Hoe en of dat werkt, wordt de komende jaren verder onderzocht met een nieuwe leerstoel aan de UvA over sociale veiligheid in de stedelijke publieke ruimte. De betrokken hoogleraar Karin Wittebrood gaat in &lt;b&gt;Rooilijn&lt;/b&gt; (jg. 43, nr.1) alvast in op een aantal recente onderzoeken. Zo blijken functiemenging en een andere inrichting van straten en pleinen het veiligheidsgevoel van bewoners te kunnen vergroten. Maar het meeste effect heeft nog altijd het veranderen van de bevolkingssamenstelling in achterstandswijken. Hoe minder lastige jongeren er wonen, hoe veiliger bewoners zich er voelen. Een wrange conclusie voor architecten en stedenbouwkundigen die geloven in de kracht van een goed ontwerp.&lt;/p&gt;
</description>
 <category domain="http://www.nul20.nl/taxonomy/term/43">De leeskamer</category>
 <category domain="http://www.nul20.nl/taxonomy/term/46">Boeken</category>
 <pubDate>Tue, 16 Mar 2010 20:59:20 +0100</pubDate>
 <dc:creator>admin</dc:creator>
 <guid isPermaLink="false">1529 at http://www.nul20.nl</guid>
</item>
<item>
 <title>4 boeken, 2 tijdschriften</title>
 <link>http://www.nul20.nl/issue48/lk</link>
 <description>&lt;h2&gt;Randstad 2040&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;In 2008 stelde het kabinet de Structuurvisie Randstad 2040 vast. Maar voor het zover was hadden ontwerpers in vrije &amp;lsquo;ateliers&amp;rsquo; drie modellen uitgewerkt. Niet verwonderlijk was &amp;eacute;&amp;eacute;n daarvan Wereldstad: Amsterdam als internationaal centrum voor zaken, cultuur en toerisme. Daarnaast zagen Kuststad (vinex in de duinen) en Buitenstad (een verzameling verspreide stedelijke gebieden) het levenslicht.&amp;nbsp; &lt;br /&gt;In &amp;lsquo;Ontwerpen aan de Randstad 2040&amp;rsquo; staat de relatie tussen ontwerp en beleid centraal.&amp;nbsp; De in het boek ge&amp;iuml;nterviewde Henk Ovink, directeur Nationale Ruimtelijke Ordening (VROM), stelt: &amp;ldquo;In de politieke en bureaucratische context is ontwerpen een geschikt middel, maar geen doel.&amp;rdquo; Volgens Ovink leidt gedetailleerd ontwerpen vooraf tot het beter doordenken van (on)mogelijkheden. Daardoor lopen plannen later minder snel vast tijdens besluitvormingsprocessen. Het ontwerp als uitgangspunt voor debat. Dat vraagt om expertise, maar ook om een bescheiden taakopvatting van ontwerpers. Want politici hakken de knopen door. Het boek is daarmee interessant voor ontwerpers en beleidsmakers.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;&lt;i&gt;Ontwerpen aan Randstad 2040. Onder redactie van Henk Ovink en Elien Wierenga, 010 publishers Rotterdam (tweede deel uit de serie &amp;lsquo;Design and Politics&amp;rsquo;), hardcover, 163 pagina&amp;rsquo;s, ISBN 978-90-6450-701-4, &amp;euro; 29,50&lt;/i&gt;&lt;/p&gt;
&lt;h2&gt;De aantrekkelijke stad&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Gerard Marlet, medeoprichter van onderzoeksbureau Atlas voor Gemeenten, heeft al een flinke lijst publicaties op zijn naam staan. Onlangs verscheen zijn proefschrift &amp;lsquo;De aantrekkelijke stad&amp;rsquo;. Door verhuisbewegingen te volgen brengt hij woonvoorkeuren in beeld. Marlet biedt veel empirisch materiaal over verhuismotieven. &lt;br /&gt;Het zijn de&amp;nbsp; kansrijke bevolkingsgroepen - en met name de zogenaamde &amp;lsquo;creatieve klasse&amp;rsquo;- die in dit onderzoek de boventoon voeren. Dit menselijk kapitaal zorgt in een stad als Amsterdam voor economische groei, met name in de zakelijke en financi&amp;euml;le dienstverlening. &lt;br /&gt;Trekpleisters vormen niet alleen de banen en kansen voor ondernemers, maar ook de extra&amp;rsquo;s die de hoofdstad biedt, zoals de vele theaters, bioscopen, debatcentra, restaurants, monumentale omgevingen etc. Niet te vergeten: de kans dat je buren net zulke hoogopgeleide, creatieve mensen zijn. Ook de bereikbaarheid van werk van&amp;uacute;it de stad speelt een rol.&lt;br /&gt;Wel waarschuwt hij: als de woningmarkt starters buitensluit kunnen zij hun heil gaan zoeken in andere, vergelijkbare steden in de Randstad, waar ze w&amp;eacute;l snel een kans maken op een betaalbare woning. &lt;br /&gt;Marlet kan geen definitieve uitspraken doen over de causaliteit tussen wonen en werken, maar een leesbaar en informatief proefschrift afleveren, dat gaat prima.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;&lt;i&gt;De aantrekkelijke stad, moderne locatietheorie&amp;euml;n en de aantrekkingskracht van Nederlandse steden (proefschrift). Gerard Marlet, VOC Uitgevers Nijmegen, paperback, 414 pagina&amp;rsquo;s, ISBN 978-90-79812-04-2, &amp;euro; 42,35&lt;br /&gt;&lt;/i&gt;&lt;/p&gt;
&lt;h2&gt;Overhoeks&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Op initiatief van Bureau Noordwaarts verscheen een verzameling foto&amp;rsquo;s en verhalen rond het voormalige Shell-terrein, dat het dichtstbevolkte stuk van Amsterdam gaat worden. Het eerste exemplaar van Het Mysterie Overhoeks, werd op 16 december aan de eerste bewoners van de nieuwe stadswijk overhandigd. &lt;br /&gt;Het boek bevat behalve prachtige historische foto&amp;rsquo;s ook verhalen over dit bijzondere gebied in Amsterdam-Noord. Veel Shell-verleden natuurlijk, maar ook aandacht voor zaken als de feesten in het Tolhuis, de eerste zwemwedstrijd voor dames en woonschool Asterdorp.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;&lt;i&gt;Het mysterie Overhoeks. Samenstelling Barbara Bulten en Erik Rikkelman, Fontaine Uitgevers &amp;rsquo;s-Graveland), groot formaat paperback, 154 pagina&amp;rsquo;s, ISBN 978-90-5956-331-5. &amp;euro; 29,95&lt;/i&gt;&lt;/p&gt;
&lt;h2&gt;De Levende Stad&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Kunnen we anno 2010 nog iets met de idee&amp;euml;n van de Amerikaans-Canadese activiste en publiciste Jane Jacobs? De selfmade stadsfilosofe zette in de jaren zestig de moderne stedenbouw op zijn kop met haar pleidooi voor een behoedzame stadsvernieuwing die uitging van functiemenging, kleine bouwblokken, een mix van oud- en nieuwbouw en concentratie van voorzieningen. Haar bestseller &amp;ldquo;Death and life of great American cities&amp;rdquo; las als &amp;eacute;&amp;eacute;n grote afrekening met planologen en bestuurders die via grootschalige sloop/nieuwbouwprojecten wijken wilden &amp;lsquo;herstellen&amp;rsquo;. Uitgeverij Trancity/SUN vroeg een dertiental bekende Nederlandse stadsonderzoekers de actuele betekenis van Jacobs&amp;rsquo; idee&amp;euml;n na te gaan. Het resultaat is een plezierig lezende bundel geworden met interessante artikelen, waarin vooral waardering doorklinkt voor haar nauwgezette manier van kijken. Als een nomade liep de New Yorkse uren door stadswijken om het &amp;lsquo;stedelijk theater&amp;rsquo; te ervaren en te doorgronden. Stadsonderzoeker Arnold Reijndorp vindt het bijzonder jammer dat ze deze zorgvuldige aanpak niet op kon brengen in de buitenwijken. Jacobs verafschuwde deze buurte. Haar desinteresse stadsuitbreidingen maakt dat stedenbouwers in dit soort wijken weinig met haar idee&amp;euml;n kunnen aanvangen, concludeert Ivan Nio. Eerder liet deze onderzoeker met Reijndorp en bureau MUST zien dat in een naoorlogse wijk als de Westelijke Tuinsteden meer afwisseling en diversiteit is te vinden dan velen denken. Voor wie zich eerder richt op&amp;nbsp; binnenstedelijke buurten, blijft Jacobs observaties een feest van herkenning, menen anderen. De &amp;lsquo;godmother van stedelijke diversiteit&amp;rsquo; was haar tijd ver vooruit.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;&lt;i&gt;Franke, S. &amp;amp; Hospers, G. (red) De levende stad: over de hedendaagse betekenis van Jane Jacobs. Amsterdam: Sun Trancity.&lt;/i&gt;&lt;/p&gt;
&lt;h1&gt;Tijdschriften&lt;/h1&gt;
&lt;p&gt;Vakblad &lt;b&gt;Building Business&lt;/b&gt; bestaat tien jaar en blikt in zijn december/januarinummer terug op een vastgoeddecennium waarin veel hetzelfde bleef. Zo merkt hoofdredacteur Wim Laverman in zijn voorwoord op dat de destijds verwachte omslag van een aanbod- naar een vraaggerichte projectontwikkeling nog steeds niet heeft plaatsgevonden. De bouwwereld bleek vasthoudender dan iedereen verwachtte. Adviseur en bouwfraude-expert Lenny Vulperhorst denkt dat de sector er dankzij de huidige crisis nu toch echt aan moet geloven en de klant centraal moet stellen. We helpen het hem hopen. Het tijdschrift kijkt ook vooruit naar de bezuinigingsvoorstellen op woongebied, die een ambtelijke werkgroep komend voorjaar zal presenteren. Het kabinet wil zeker drie tot vier miljard besparen, waarbij het idee is om de huurtoeslag naar de corporaties af te schuiven in ruil voor huurverhoging. Directievoorzitter Jim Schuyt van de Alliantie, die ook de vereniging van twintig grootstedelijke corporaties voorzit, waarschuwt in Building Business politiek Den Haag alvast voor een al te grote greep in de kas. Er moet wel voldoende geld voor investeringen in oude wijken overblijven. Aedes-voorzitter Marc Calon is dat roerend met hem eens, blijkt uit een ander interview in het blad. Als er dan toch moet worden ingegrepen, heeft hij liever dat de grootte van de sector wordt aangepakt. Die mag best wat kleiner worden, vindt hij. Een deel van zijn achterban zal hem die uitspraak niet in dank afnemen. In het oudejaarsnummer van &lt;b&gt;Binnenlands Bestuur&lt;/b&gt; (52/2009) drukt Calon diezelfde achterban op het hart om zich de incidenten in de sector meer aan te trekken. In zijn visie keren corporaties terug naar waar ze goed in zijn: het bouwen en beheren van betaalbare huurwoningen. Dat app&amp;egrave;l is ook gericht aan de lokale politiek. &amp;ldquo;Veel wethouders zijn de corporaties als een&amp;nbsp; pinautomaat gaan zien. Handig om de eigen problemen op te lossen.&amp;rdquo; Toch zullen voortaan de deals over woonbeleid op lokaal niveau moeten worden gesloten, vindt Calon. De sector is simpelweg te gevarieerd geworden om in Den Haag centrale afspraken te kunnen maken. &amp;ldquo;In het verleden is dat vanuit Aedes wel gebeurd, maar dat ga ik niet meer doen.&amp;rdquo; Daar zal Van der Laan niet blij mee zijn.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;
</description>
 <category domain="http://www.nul20.nl/taxonomy/term/43">De leeskamer</category>
 <category domain="http://www.nul20.nl/taxonomy/term/16">woningmarkt</category>
 <pubDate>Wed, 20 Jan 2010 10:16:59 +0100</pubDate>
 <dc:creator>admin</dc:creator>
 <guid isPermaLink="false">1414 at http://www.nul20.nl</guid>
</item>
</channel>
</rss>

