De tijd is rijp voor het ontwikkelen van een opvatting over de herstructurering van de corporatiesector. Het huidige tijdsgewricht vraagt nadrukkelijk om een hernieuwde formulering van de publieke opdracht van corporaties. De verzelfstandiging is wellicht nog niet voldoende beklijfd, de financiële crisis (op de woningmarkt) houdt langer aan dan gehoopt en het regeerakkoord doet een greep in de kassen van corporaties.
Daarbij speelt ook dat de positie van de burger (huurder, koper, bewoner) de afgelopen jaren sterk is veranderd. De burger is veel initiatiefrijker geworden, er wordt meer van hem of haar verwacht en het zelfoplossend vermogen neemt toe. Wat betekent dit voor de relatie met de corporaties?
En hoe ontwikkelt de sector zichzelf? Onderlinge solidariteit staat onder druk, terwijl anderzijds de noodzaak om gezamenlijk aan de publieke opdracht te werken, groeiende is. Tot welk model leidt dit voor de corporatiesector?
Inleidingen van Marien de Langen, Paul Schnabel en Marc Calon.