Rondetafeldebat over de (on)mogelijkheden van participatie bij stedelijke vernieuwing

Rondetafeldebat over de (on)mogelijkheden van participatie bij stedelijke vernieuwing
Wil de kalkoen meepraten over het kerstmenu?

Participatie gaat van AU. Zeker in Amsterdam eindigen participatieprocessen snel in een loopgravenoorlog. Ook in de westelijke tuinsteden dreigt het die kant op te gaan. Het IPP constateerde onlangs dat een groot deel van het ongenoegen voortkomt uit onduidelijkheid: in welke mate mogen burgers in welke fase inspreken, meedenken, -praten en -beslissen?
Jacques Thielen, directeur Far West, wil op complexniveau modellen van ‘coproductie’ een kans geven. Hij gaat in debat met Jacqueline Kuhn van het Amsterdams Steunpunt Wonen, VVD-raadslid John Goring, tevens oud-stadsdeelwethouder in Slotervaart/Overtoomse Veld, en Klaas Mulder, projectleider Communicatie en Participatie bij Laagland’advies.

Je moet broedplaatsen aanwijzen om ervan te leren. En misschien leer je dat je het nooit meer zo wilt doen.” Aan het woord is directeur Jacques Thielen van corporatie Far West en daarmee verantwoordelijk is voor een groot deel van de vernieuwing in de Westelijke Tuinsteden. Met ‘broedplaatsen’ bedoelt hij niet de gesubsidieerde kunstenaarskweekplaatsen, maar plekken in Nieuw-West waar kan worden geëxperimenteerd met nieuwe modellen voor bewonersparticipatie bij de stedelijke vernieuwing. Thielen heeft zich door bewonersorganisaties ‘laten verleiden’ om in een participatiemodel te stappen dat ‘coproductie’ heet. Coproductie komt er op neer dat bewoners vanaf een vroeg stadium als ‘samenwerkingspartners’ worden betrokken bij een sloop/ nieuwbouwproject. “Het zou mooi zijn als het lukt, maar je kunt niet een gebied met 140 duizend mensen op deze manier herstructureren. Op complex- en woningniveau geef ik coproductie de meeste kans. Ook in sommige buurten met niet meer dan 250 woningen zou het kunnen, maar bij een grotere omvang is het niet meer te overzien. Voorwaarde is dat je in het begin goed de randvoorwaarden vastlegt waarbinnen je wilt coproduceren. Dan moet je ook weten dat het misschien niet mogelijk is voor alle partijen een optimaal resultaat te bereiken, maar wel een aanvaardbaar resultaat. Soms zijn de doelstellingen van de partijen zo verschillend dat je er nooit uitkomt. Als een bewonersorganisatie het aantal sociale huurwoningen op dit niveau wil houden, dan heeft die een probleem met degene aan de andere kant van de tafel, die juist meer differentiatie wil aanbrengen en die moet verevenen om het allemaal financieel mogelijk te maken.”

John Goring, VVD raadslid:
“Mensen zijn niet zo zelfopofferend dat ze instemmen met sloop van hun huis”

 

Goring: “Als experiment lijkt me die ‘coproductie’ interessant, maar ik heb er geen al te hoge verwachtingen van. Het lijkt een beetje op het open-planproces: van ‘scratch’ gaan we gezellig om de tafel, dan komen we er vanzelf wel uit. Ik geloof daar dus niks van. Zeker bij herstructureringsprojecten gaat het om heel pijnlijke zaken. Je moet van bewoners niet verlangen dat ze na veel gepraat instemmen met de sloop van hun huis. Ik ben er eerder voorstander van dat het politiek bestuur durft te zeggen: dit willen we met dit gebied, we hebben er goede redenen voor. En ik zie niet in waarom de klassieke inspraakprocedures niet zouden voldoen.”
Thielen: “Er moeten heldere doelen zijn. En die zijn er ook. In 2001 heeft de gemeenteraad besluiten genomen over aantallen te slopen woningen, nieuwbouw en differentiatie van het aanbod. Maar nu komen we een fase verder. Wat ga je nou specifiek met dit blok, met deze straten doen, binnen wat het bestuur heeft afgebakend? Dan wordt het ingewikkeld. Want naast politiek en bestuur zijn er verhuurders en huurders, met bepaalde rechten en plichten naar elkaar toe. Dan kun je zeggen dat je een kalkoen nooit moet vragen wat hij met kerst wil eten. Maar je kunt de bewoners ook vragen mee te denken. Er zijn best mensen zo betrokken dat ze willen meedenken. Coproductie kan dan een aanmoediging voor die mensen zijn.”
Kuhn: “Ik zou ook alleen op complexniveau voor coproductie kiezen. Ik heb ervaring met een open-planproces waar veel geld in is gestoken, en waar niets van terecht is gekomen. Ondanks heldere afspraken gaat het altijd weer schuiven, daargelaten bij wie het gaat schuiven.”

Vals spel

Goring: “Bij het Delflandplein is het open-planproces toegepast. Er is in het begin meer geïnvesteerd in het betrekken van bewoners, met de gedachte dat er later minder weerstand en tijdsverlies zou zijn. Nou, ze zijn nog steeds aan het bakkeleien. En in de tussentijd zie ik buurten verder in verval raken. Overigens was de noodzaak voor herstructurering op het Delflandplein zelf niet zo sterk als die in Overtoomse Veld Noord en Zuid.

Jacqueline Kuhn, ASW:
“Ze zijn er wel, die verstandige en reële bewoners, maar velen zijn jaren geleden afgehaakt.”

Kuhn: “Ik denk dat je het open-planproces tekort doet als je Delflandplein als voorbeeld neemt. Voorwaarden zijn dat je van tevoren heldere afspraken maakt, dat iedereen goed geïnformeerd is en dat je extra ondersteuning geeft aan mensen die dat nodig hebben. Aan die voorwaarden is niet voldaan. Je kon het van tevoren bijna uittekenen hoe het zou gaan, omdat niemand het initiatief nam om het anders aan te pakken. Om eens zorgvuldig te onderzoeken wie er zit. Je moet niet alleen bij het wijkcentrum vragen wat de bewoner wil…”
Thielen: “Nou, we bezoeken alle bewoners van het deelproject Noordstrook...”
Mulder: “De eerste fase van het open-planproces is een onderzoeksfase en dat onderzoek wordt vaak te slap gedaan. Bewoners krijgen onderzoeksopzetten niet te zien of kunnen niet meedenken over de vraagstelling, waardoor je op voorhand vaak minder draagvlak voor de uitkomsten krijgt.”
Thielen: “We hebben bij het Delflandplein samen met het stadsdeel heel goede, intensieve gesprekken gehad met de bewonersorganisaties. Ook op de drukbezochte informatieavonden was geen vijandige sfeer. Maar opeens gingen ze een enquête houden over een alternatief plan. Dat noemen ze nu zelfs een referendum. Die organisaties zeiden dat die niet gericht was tegen Far West en haar plannen, maar om de politiek te bestoken. Die moet er in januari iets over gaan zeggen. Maar wij wisten niets van die enquête. Zeg dan na afloop van je overleg openlijk dat je het niks vindt en je eigen weg gaat.”
Mulder: “Ik zou me er niet zo druk over maken. De bewoners spelen het niet eerlijk, nou en?”
Thielen: “Nou, ze roepen: stem tegen, want als je tegenstemt, gaat het niet door. Dat vind ik gewoon onverantwoord. Er zijn mensen die al een andere woning aangeboden hebben gekregen, maar die vertrekken niet omdat ze er rekening mee houden dat de sloop niet doorgaat. Dan wek je valse verwachtingen.”

Politieke lading

Klaas Mulder, Laagland’advies:
“Ik zou het niet louter voor het draagvlak doen. Dan doe je aan zuurstokparticipatie”

Mulder: “Het valt me op dat de Amsterdamse discussie zo gauw een loopgravenoorlog is. Misschien komt dat doordat veel professionals een kraakverleden hebben. In de Bredase wijk Heuvel vinden betrokken partijen ook dat ze elkaars gevangene zijn. Maar daar hebben de bewoners de sleutel. Die roepen corporatie en gemeente tot de orde als ze met elkaar overhoop liggen. Daar maken ze tempo doordat bewoners op het hoogste niveau meebeslissen.”
Thielen: “Die bewoners komen wij niet tegen.”
Kuhn: “Ze zijn er wel, die verstandige en reële bewoners, maar velen zijn jaren geleden afgehaakt.”
Goring: “Het zijn inderdaad vooral mensen met een activistisch verleden die zich meester maken van die inspraakprocessen. Daar is op zich niets tegen, want we willen tenslotte dat mensen betrokken raken. Maar hun inbreng heeft een zware politieke lading. Dan gaat het niet meer alleen om het afwegen van alle plussen en minnen van het plan.”
Mulder: “Ja, het ASW is toch een filiaal van GroenLinks. Vaak ontbreekt het in die hoek aan politieke realiteitszin. Die aanhangers van het coproductiemodel denken dat bewoners een gelijkwaardige positie kunnen innemen tegenover corporaties, die de woningen en de grond bezitten. En dan vinden ze ook nog, dat de raad de resultaten van zo’n open planproces ongezien moet overnemen. Wat voor politiek benul heb je dan?
Toch moet je op zoek blijven naar die verstandige bewoners. Je kunt bijvoorbeeld in een vroeg stadium ideeën voorleggen aan groepen bewoners en betrokkenen die niet zozeer rond het wonen zijn georganiseerd. Dan denk ik aan Marokkaanse jongeren, schoolraden, kerken, speeltuin- en winkeliersverenigingen, vrouwenorganisaties, noem maar op. Met zo’n soort stadslab kun je weer beter onderzoek doen. Bovendien gaat het dan ook om andere dingen dan alleen de eigen woning. Dan krijg je niet van die niet-in-mijn-achtertuin-reacties. Dan komen mensen zelf heel snel tot de slotsom dat een bakker geen overlevingskansen heeft als er in een wijk alleen woningen van 280 euro huur staan.”
Goring: “Denk je? Ik geloof niet dat mensen zo zelfopofferend zijn dat ze instemmen met sloop van hun huis als ze voor hun nieuwe huis 100 euro meer huur moeten betalen. Dat is ook heel begrijpelijk.”
Mulder: “De meeste weerstand komt vaak van scheefwoners. Die weten dat ze flink duurder af zijn als ze moeten verhuizen. Mensen die weinig geld hebben, komen weer in een goedkope of betaalbare woning terug. En ze krijgen huursubsidie. Velen van hen willen uiteindelijk wel wat anders. Hoeveel ouderen zijn er in Amsterdam niet die twee of drie hoog wonen, en die zich iedere dag de trap op slepen? Als je het goed uitlegt, is de steun groter dan je denkt. In de Bijlmer is een heel grote enquête uitgezet en daaruit blijkt dat het draagvlak voor die stedelijke vernieuwing heel groot is.”
Kuhn: “Maar soms leveren enquêtes juist een verkeerd beeld op. Dan wordt die bijvoorbeeld gehouden onder hoofdbewoners, vaak de mannen. Die blijken voor behoud, renovatie en een lekker lage huur te zijn. Vraag je hetzelfde aan de vrouwen, dan blijkt er iets heel anders uit te komen. Die willen de boel zo snel mogelijk gesloopt zien, omdat hun kinderen zo weinig toekomstperspectief hebben in de buurt. Je kunt goede resultaten boeken met bewoners, als je echt met ze aan de slag gaat. Als je ze serieus neemt en iets doet met hun suggesties. Het ASW en het Wijkorgaan Osdorp hebben goede ervaringen met een ontwerpteam van migranten. Die werden huis aan huis geronseld door onze allochtone collega’s.”
Goring: “Maar levert dat nou echt andere informatie op, zo’n migrantenplatform? Willen allochtonen iets totaal anders?”
Kuhn: “Inhoudelijk zijn er slechts nuanceverschillen. Wat wezenlijk anders is, is de manier waarop mensen betrokken worden. Veel migranten hebben het gevoel dat het er niet toe doet wat ze zeggen. Die moet je anders benaderen, meer vertrouwen kweken.”
Mulder: “Vaak is het goed om dit in kleinere groepjes te doen. Politiek verantwoordelijken willen doorgaans een zo breed mogelijk traject. Maar als je mensen in het winkelcentrum gaat interviewen, dan krijg je alleen maar antwoorden als: ik wil wel of geen Blokker. Dat levert geen inspiratie op, daar kan een ontwerper niets mee.”

Techniek

Jacques Thielen, directeur Far West: “Er is nu een eenzijdig beeld: het slechte nieuws komt van ons. Wij worden zakkenvullers genoemd.”

Thielen: “Maar hoeveel mensen willen er nou daadwerkelijk participeren? In hoeverre leent de calculerende, individualistisch ingestelde burger, die ook in die tuinsteden woont, zich voor dit soort processen? Wacht hij niet af om uiteindelijk misschien met zijn voeten te stemmen, en te verhuizen? Want dat is wat de afgelopen twee decennia het meest is gebeurd. Ook in deze barre tijden waarin je komt met sloopplannen, zijn er nauwelijks mensen te vinden voor het huurdersplatform van Far West en de huurderscommissies van de complexen.”
Kuhn: “Maar zo moet het ook niet meer.”
Thielen: “Nee, we zullen onze techniek moeten veranderen. Die inspraakavonden trekken bepaalde bevolkingsgroepen aan, anderen komen er absoluut niet. Elders zijn er virtuele gemeenschappen die met elkaar communiceren over dat soort dingen. En dan komt er iets anders uit dan dat geweeklaag.”
Kuhn: “Amsterdam kent ook zo’n virtuele gemeenschap rond een renovatieproject in de Wenslauerstraat in Oud-West. Maar in zoiets moet worden geïnvesteerd, en dat gebeurt vaak niet. Terwijl het niet duurder is dan die traditionele inspraakavonden.”
Thielen: “Als er een club is die ons kan begeleiden, die vertelt wat de mogelijkheden en de technieken zijn, en wat ze kosten, dan wil ik proberen ook dat optimaal in te bedden. Het gaat ons ook om draagvlak bij bewoners. Als die er geen boodschap aan hebben wat de politiek en de corporatie willen, dan groeit de weerstand en vertragen processen. Tot nog toe hebben Far Wast en collega’s in de Westelijke Tuinsteden het model bulldozer gehanteerd. De opgave is heilig. Dat hebben we nu behoorlijk vormgegeven, maar misschien doen we ons, de bewoners en de omgeving wel tekort. Want er is nu een eenzijdig beeld: het slechte nieuws komt van ons; we worden zakkenvullers genoemd. Misschien kun je begrip creëren aan de andere kant, voor hoe ingewikkeld de processen zijn en in welke spagaten we terechtkomen.”
Mulder: “Ik zou het niet louter voor het draagvlak doen. Dan doe je aan zuurstokparticipatie, waarmee je mensen alleen maar zoet houdt. Het moet ook om de kwaliteit van de plannen gaan en om het gevoel dat mensen daar aan bijdragen. Voor slechte plannen krijg je geen draagvlak.”
Kuhn: “Het is gewoon een kwestie van goed burgerschap dat je de bewoners goed informeert en erbij betrekt.”

 

Johan van der Tol en Fred van der Molen

Voor het debat was ook een vertegenwoordiger van een bewonersorganisatie uitgenodigd.
Hij liet door een misverstand verstek gaan.