Naar een ‘open stadscampus’

Plan voor clustering UvA-huisvesting stuit op weerstand

Naar een ‘open stadscampus’

De Universiteit van Amsterdam is alom aanwezig in de binnenstad. Nu nog is de UvA verspreid over talloze panden, maar de komende jaren wil ze haar belangrijkste activiteiten gaan clusteren op vier locaties. Niet iedereen is blij met die campusvorming. Tegenstanders vinden het Roeterseilandcomplex nu al ‘totaal misplaats qua schaal’. En omwonenden en monumentenbeschermers procederen tegen de nieuwste plannen voor het Binnengasthuisterrein.

De Universiteit van Amsterdam bezit momenteel nog 67 panden in de binnenstad. Een deel van die panden is al geconcentreerd op het Binnengasthuisterrein en het Roeterseilandcomplex. Een belangrijk argument om de huisvesting verder te clusteren – naast die van efficiëntie -  is “het versterken van de onderlinge banden binnen de universitaire gemeenschap”. Binnen de “open stadscampus” -  zoals de UvA die volgens de website voor ogen heeft – “voelen studenten en medewerkers zich meer betrokken bij elkaar en de universiteit, maar ook bij alles wat de stad verder nog te bieden heeft”.
Dit jaar werd in Oost-Watergraafsmeer de eerste fase van het Science Park geopend; de eerste nieuwe UvA-campus. Naar deze wat winderige en voorlopig ook nog modderige locatie is de bèta-faculteit verhuisd, die voorheen op het Roeterseiland zat. Op deze campus is niet alleen plaats voor onderwijs en onderzoek. Er wordt momenteel een universitair sportcomplex gebouwd en er is een horecagelegenheid.
Wat deze cluster echter vooral tot een echte campus naar buitenlands model maakt, is de aanwezigheid van ruim 720 woningen. Niet alleen voor Nederlandse studenten, maar ook voor buitenlandse onderzoekers, docenten en studenten die hier via een short-staycontract kunnen huren.  In het complex, dat door studentenhuisvester Duwo wordt beheerd, is een kinderdagverblijf en een wasserette. Behalve gerenommeerde onderzoeksinstituten wordt ook het Amsterdam University College op het terrein gevestigd.
Met de verhuizing van de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica naar het Science Park zette de UvA de eerste stap naar de vier clusters waaruit de UvA volgens de plannen uiteindelijk zal bestaan. Een andere al bestaande cluster is het AMC. De twee andere clusters moeten nog worden gerealiseerd: het Roeterseilandcomplex voor de gammawetenschappen en het Binnengasthuisterrein en de Oudemanhuispoort voor de alfawetenschappen. 

Controversiële plannen

De huisvestingsperikelen van de UvA kennen een lange geschiedenis, weet Dick Schuiling, docent Planologie aan de UvA. Hij kent deze geschiedenis als geen ander en volgt met grote belangstelling – en enigszins met argusogen – de plannen voor verdere clustering van de UvA-gebouwen. Hij was al tijdens zijn studie in de jaren zeventig met dit onderwerp bezig. “Er was toen sprake van een zeven-kernenplan waarbij de huisvesting ook geclusterd zou worden, toen nog op zeven plaatsen. In de binnenstad had de UvA onder meer haar zinnen gezet op de locatie Valkenburg/Uilenburg maar voor dat doel zou de halve buurt gesloopt moeten worden. Dat plan werd uiteindelijk van tafel geveegd.”
Meer van dit soort controversiële huisvestingsplannen vonden uiteindelijk de weg naar de prullenmand. “Het probleem van de UvA is dat ze vaak met te grote concentraties op de beste plekken van de stad wil neerstrijken. Daarbij wordt nogal eens het belang van andere functies in zo’n gebied uit het oog verloren. Wat dat betreft is de UvA een Januskop: enerzijds cultuurdrager, anderzijds – als het zo uitkomt - vernietiger van cultuur.”
Dat laat volgens Schuiling onverlet dat de UvA soms een positieve bijdrage levert aan de stadsontwikkeling. “Neem bijvoorbeeld de renovatie van het pand aan de Oude Turfmarkt waar nu Bijzondere Collecties is gevestigd of de renovatie van de Agnietenkapel waar zich in 1632 het Athenaeum Illustre vestigde, de bakermat van de UvA. Dat zijn pareltjes waar de universiteit met recht trots op is.”
Of de nieuwe cluster op het Roeterseiland zich straks ook onder de UvA-pareltjes kan scharen valt volgens Schuiling nog te bezien. “Het Roeterseilandcomplex was vanaf het begin totaal misplaatst. De gebouwen zijn veel te hoog als je bedenkt dat we het hier hebben over een stukje grachtengordel, maar dan aan de andere kant van de Amstel. En er is op dit moment zeker geen sprake van functiemenging met de omgeving.”
Schuiling juicht het idee toe om in het nieuwe ontwerp meer openbare functies toe te voegen, maar vraagt zich af of het gebied in de praktijk ook zo ideaal wordt als het wordt voorgespiegeld. De ontwerper van het nieuwe Roeterseiland, Simon Allford, spreekt zelfs van een Amsterdams Quartier Latin.
Schuiling: “Het is natuurlijk een leuk plan om looproutes te trekken over het terrein, maar waar die naartoe leiden is onduidelijk. De toegankelijkheid van het terrein wordt verbeterd, maar dan moet je er wel iets bieden dat ook voor anderen aantrekkelijk is. Het plan om het Crea-theater daar te vestigen is in elk geval gunstig. Op het BG-terrein is dat een trekpleister en zorgt het in de avonduren voor de broodnodige reuring. Maar ik ben bang dat de verhouding uiteindelijk scheef blijft tussen deze nieuwe UvA-cluster en de omgeving.”

Miljoenenproject

Volgens UvA-woordvoerder Paul Helbing zijn de huisvestingsplannen niet in de eerste plaats ingegeven door bezuinigingen, maar speelt dat aspect wel een belangrijke rol. “Veel panden zijn verouderd en het kost steeds meer geld om aan milieu- en veiligheidseisen te voldoen. In het algemeen voldoet een aantal gebouwen in de binnenstad niet meer aan de eisen die binnen het onderwijs gelden. De opgave is om maximaal tien procent van het totale exploitatiebudget van 500 miljoen per jaar aan huisvestingskosten te spenderen. Door de huisvesting te bundelen kunnen we daaraan blijven voldoen. Maar voor de UvA is het nog belangrijker dat met de nieuwe plannen de onderwijsfaciliteiten op een hoger niveau worden getild.”
Er is vooralsnog 500 miljoen euro begroot voor de ambitieuze plannen. Als eerste gaat het Roeterseilandcomplex op de schop. Het gebied is nu nog een ratjetoe van gebouwen van rond 1900  toen de UvA er neerstreek, in combinatie met enkele recente uitbreidingen en hoogbouw uit de jaren zestig en zeventig. Daarvoor deed het terrein nog dienst als stortplaats, industrieterrein en tramremise. De ambitie is om van het terrein, dat zich nu volledig afsluit van de omgeving, een ‘stedelijk studie- en werkgebied’ te maken. Dit gebeurt bijna zonder te slopen of te bouwen, maar met name door middel van een grootscheepse transformatie van de bestaande gebouwen.
De Nieuwe Achtergracht gaat de centrale as van het terrein vormen. Aan die gracht komt ook de hoofdingang. In de plint van het hoofdgebouw worden horeca en andere commerciële voorzieningen gevestigd. Met die voorzieningen wil de UvA niet alleen de gebruikers van de universiteit, maar ook  andere bezoekers bedienen.

Prestigezaak

Het Binnengasthuisterrein (BG) moet samen met de Oudemanhuispoort de tweede cluster gaan vormen in de binnenstad. Over de herinrichting van het BG-terrein woedt al jarenlang een verbeten strijd tussen de UvA en buurtbewoners en tal van organisaties die op de bres staan voor de cultuur-historische waarde van de binnenstad. De omwonenden hebben eerder met juridische procedures de sloop van 62 sociale huurwoningen op het terrein tegen kunnen houden. Ondanks alle protesten houdt de UvA nog steeds vast aan het oorspronkelijke plan om de universiteitsbibliotheek aan de Singel naar dit terrein te verhuizen.
Het oude plan is in zoverre aangepast dat de nieuwbouw kleiner wordt dan in eerste instantie de bedoeling was. Wel moeten twee rijksmonumenten wijken voor de nieuwe bibliotheek: de Tweede Chirurgische Kliniek en een deel van het Zusterhuis.
De bewoners en omwonenden van het BG-terrein blijven mordicus tegen de sloop- en bouwplannen van de UvA. Peter Veer woont ruim twintig jaar op het BG-terrein en is lid van de zeer actieve Vereniging Openbaar en Leefbaar BG-terrein (VOL-BG). De nieuwe bibliotheek komt een meter of drie van zijn raam te staan. “Het wordt een kolossaal gebouw, anderhalve meter hoger dan de huidige bebouwing. Wanneer de UvA haar zin krijgt, wordt een zeer karakteristiek gebied in de binnenstad – dat een rustige, groene zone vormt tussen Rembrandtplein en de Wallen - naar de sodemieter geholpen. Er zijn in de loop der jaren volop alternatieven aangeboden voor vestiging van de UB, maar de UvA wil koste wat kost op het BG-terrein bouwen.”
Volgens Veer is het voor de UvA vooral een prestigezaak. “De UvA is een van de grootste onroerendgoedbezitters in de binnenstad en heeft daardoor veel macht. Onze indruk is dat de universiteit wil scoren door op de beste locaties te zitten om op die manier het gebrek aan goede onderwijs- en onderzoeksprestaties te compenseren.”

Bestuurlijke spagaat

Dat ook het stadsbestuur zich in een ongemakkelijke positie bevindt, valt op te maken uit een nota van de sector Bouwen en Wonen uit 2008 van de centrale stad. Daarin wordt gesproken van “twee onvergelijkbare belangen. Enerzijds is er het belang van het behoud van de twee rijksmonumenten, anderzijds de door het stadsbestuur erkende behoefte van de UvA aan adequate faculteitshuisvesting op het BG-terrein.”
In 2001 adviseerde de centrale stad al positief over de vestiging van een nieuwe bibliotheek op het terrein. Maar tegelijkertijd adviseerde zij ook om niet alleen de twee eerder genoemde gebouwen op de rijksmonumentenlijst te zetten, maar ook de rest van het BG-terrein, inclusief de authentieke binnenhoven. Een bestuurlijke spagaat die gevoed wordt door het belang dat het gemeentebestuur hecht aan het behoud van de UvA voor de binnenstad. Uit de nota: “Zoals het negentiende-eeuwse ziekenhuiscomplex als rijksmonument in materiële zin behoort tot cultuurhistorisch erfgoed dat behouden moet blijven, zo behoort de Universiteit van Amsterdam als instituut in immateriële zin tot ons cultuurhistorisch erfgoed. De universiteit heeft eeuwenoude wortels in de Amsterdamse binnenstad als beeldbepalende drager van het intellectueel, cultureel en maatschappelijk klimaat en maakt intrinsiek deel uit van de infrastructuur van de stad.”
Ook Leon Deben, als stadssocioloog tot voor kort verbonden aan de UvA, is van mening dat de universiteit in de binnenstad thuishoort. Volgens Deben draagt de UvA sterk bij aan het gemengde karakter van het stadscentrum door het gebruik van veel van de historische gebouwen. Hij vreest echter dat stadscampussen naar binnen gerichte terreinen worden en is groot tegenstander van de verkoop van panden als het PC Hoofthuis en het Bungehuis. “Dat is het tafelzilver van de UvA en dat doe je niet weg. Uit logistiek oogpunt snap ik die clustering wel maar de concentratie op bijvoorbeeld het Roeterseilandcomplex is al enorm. Er is daar sprake van een on-Amsterdamse schaal.”
De UvA moet ook de symboliek niet uit het oog verliezen, vindt Deben: “Ik fietste de hele stad door, van college naar college. De binnenstad was kortom een campus op zich. Zo wordt het ook ervaren door de huidige generatie studenten en medewerkers. Nu wordt er wel beweerd dat het nieuwe Roeterseiland een open ontwerp is. Maar openheid dwing je niet af door een bepaalde bouwstijl. De charme bestaat uit tegenstellingen en ik vrees dat het Roeterseiland net zo monotoon blijft als het nu al is. En dat is de doodsteek voor de levendigheid.”

Rechtszaak tegen plannen

De UvA trekt tot nu toe aan het langste eind: het stadsdeelbestuur heeft onlangs het nieuwe bestemmingsplan voor het BG-terrein goedgekeurd. Het stemt daarmee niet alleen in met nieuwbouw maar ook met de sloop van de twee rijksmonumenten, hoewel onder meer de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zich expliciet heeft uitgesproken tegen het nieuwste sloop- en nieuwbouwplan. Dit ministeriële advies werd ondertekend door minister Plasterk van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die kennelijk ook de cultuur-historische waarde van het gebied onderschrijft.
Het advies om de bibliotheek in het bankgebouw van Fortis aan het Rokin te vestigen is door de UvA van de hand gewezen. Jaren geleden wees de UvA ook al de door het gemeentebestuur voorgestelde vestiging van de UB in het voormalig hoofdkantoor van ABN Amro aan de Vijzelstraat af. Toen was het argument dat de afstand tussen de bibliotheek en de andere UvA-gebouwen  te groot zou worden.
UvA-woordvoerder Helbing: “Geen van de aangedragen alternatieven is voor ons een optie. Daarmee zou het hele idee van een cluster komen te vervallen. De nieuwe bibliotheek moet dé ontmoetingsplaats worden en voor de nodige levendigheid zorgen op het BG-terrein. Het moet het hart worden van deze cluster. De bouwaanvraag is ingediend en we zijn nu in afwachting van de goedkeuring.”
Als het aan VOL-BG en onder meer de vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad ligt, kan de UvA lang wachten. Tegen de laatste sloop- en bouwplannen zijn al rechtszaken aangespannen. Veer: “Wij hopen dat de rechter de UvA dwingt beter naar de plannen te kijken en naar alternatieven te zoeken.” Wanneer de uitspraak valt is nog onbekend.

Janna van Veen