Amsterdamse broedplaatsenbeleid voorbeeld van hoe het ook kan

Amsterdamse broedplaatsenbeleid voorbeeld van hoe het ook kan
Kunstenaars in probleemwijken, dat werkt

Bij de aanpak van probleemwijken maken overheid, projectontwikkelaars en beleidsmakers onvoldoende gebruik van de ondernemende kracht van kunstenaars. De meeste woonwijken zitten op slot en ontberen economische verrijking op wijkniveau. Om de bestaande monofunctionaliteit te doorbreken, moeten private ondernemersinitiatieven en wijkbelangen worden verbonden. In de naoorlogse ordelijkheid van de probleemwijken creëren kunstenaarsgroepen en creatieve ondernemers de nodige levendigheid.

In de rubriek FORUM verschijnen opiniërende bijdragen van externe auteurs. De redactie is niet verantwoordelijk voor de inhoud.

Revitalisering van de monotone delen van onze grotere steden staat hoog op de agenda. Maar de naar leefbaarheid en levendigheid snakkende wijken worden nog steeds murw georganiseerd en dicht gepland door publieke en private beleidsmakers.
Stadssociologe Jane Jacobs schreef zo’n vijftig jaar geleden over de revitalisering van Amerikaanse binnensteden het boek The Death and Life of Great American Cities (1961). Zij geeft hierin aan dat een wisselend bestand aan vastgoed noodzakelijk is voor levendigheid en diversiteit. “The district must mingle buildings that vary in age and condition, including a good portion of old ones.” Die oude, goedkopere, gebouwen zijn de kieren en gaten van de wijk. Daar kunnen zich allerlei nieuwe initiatieven nestelen en ontwikkelen. De laatste jaren wordt Jacobs regelmatig geciteerd, maar informalisering van de bestemming van vastgoed wordt nog nauwelijks gepraktiseerd. Wij lijken in Nederland onze planmatige werkwijze maar niet te kunnen loslaten.
Wat dat loslaten voor winst kan opleveren, is te zien aan het Amsterdamse broedplaatsenbeleid. Dat beleid, gestuurd door Jaap Schoufour van het gemeentelijke Project Management Bureau, werkt proefondervindelijk en heeft bewezen met private en semi-private krachten effectief honderden werkplaatsen voor creatieve collectieven te creëren. Groepen die gezamenlijk een broedplaats willen bestieren, worden gestimuleerd. Het broedplaatsenbeleid geeft bestaande gebouwen een tweede leven en het zorgt voor plekken waar de huur niet al te hoog is, zodat daar ruimte is voor nieuwe culturele en economische initiatieven. Schoufour heeft de sociaal-economische betekenis van zijn doelgroep in wijken goed ingezien.

Wisselwerking: meer dan voorzieningen

Jaap Draaisma, mededirecteur van Urban Resort, is blij dat er de laatste jaren meer oog komt voor het belang van subculturen en maatschappelijke initiatieven van kunstenaars. Urban Resort is de conceptontwikkelaar van de broedplaats het Volkskrant-gebouw aan de Wibautstraat, pal aan probleemwijk Transvaal. Corporaties en ontwikkelaars borduren, volgens Draaisma, echter nog vaak op de klassieke voorzieningengedachte voort. “Ze denken dat wisselwerking tussen groepen en de omgeving spontaan plaatsvindt als de voorzieningen er maar zijn.” Draaisma mist vaak een goede formule voor wisselwerking. “Door slechts voorzieningen te maken stel je je passief op. Mensen moeten de locatie maar weten te vinden en er ook nog iets mee willen. Door meteen al groepen in het pand halen, zorg je direct voor allerlei connecties.” Op deze manier heeft Urban Resort het aangepakt in het Volkskrant-gebouw. Voor de werving is Draaisma ook de wijk ingegaan en heeft buurtbewoners laten weten dat zij een streepje voor hebben. Zo zit er nu een groep uit de buurt, Oostblok. Ook heeft hij de buurtgroepen aangeboden om in het pand te komen vergaderen en er worden regelmatig open dagen georganiseerd waar de buurt bij betrokken wordt.

Eigen verantwoordelijkheid

De naar levendigheid snakkende wijken worden nog steeds murw georganiseerd door publieke en private beleidsmakers

Frank Bijdendijk, directeur van corporatie Het Oosten, heeft zijn conclusies getrokken uit zijn ervaringen in de jaren tachtig met het voormalig krakersbolwerk Tetterode aan de Bilderdijkstraat. “Sinds die ervaring geloof ik heilig in eigen verantwoordelijkheid van huurders.” Om ondernemende huurders, zoals kunstenaars, meer ruimte te geven is volgens Bijdendijk geen behoefte aan meer of andere regelgeving, maar aan een andere manier van denken. “Eigenlijk hoef je alleen maar kaders en spelregels mee te geven. Zo van: ik doe de buitenkant, jij de binnenkant. Dat is niet gemakzuchtig, dat is principieel anders.”
In dezelfde lijn heeft Jaap Schoufour juridisch de ruimte opgezocht om broedplaatsgroepen zichzelf te laten besturen, zodat ze minder afhankelijk zijn van de verhurende partij. Zo kan een groep een eigen verdeelsleutel benoemen voor de huur. En groepen kunnen nu het huurniveau verlagen door zelf veel bouwactiviteiten op zich te nemen. Dit versterkt de cohesie en duurzaamheid van de groep en de relatie met het te ontwikkelen gebouw. Hun artistieke en bedrijfsmatige activiteiten komen door de groepsaanpak gemakkelijker tot stand.

Waardeontwikkeling

Tim van Ruiten is hoofd Vastgoedbeheer en Financiën van corporatie Far West. Hij heeft van het voormalig Huygenscollege (omgedoopt tot Vliegbasis) aan de Jan Evertsenstraat in ‘prachtwijk’ Nieuw West -herontwikkeld met onder meer broedplaatsen. Creatieve en lokale ondernemers worden in deze bijenkorf bij elkaar gebracht. Hier heeft hij ervaren dat werken met creatieve ondernemers tot een financieel en maatschappelijk verantwoorde herbestemming kan leiden.
Van Ruiten beseft dat het rendement in zo’n project lastig te sturen valt. Dat wordt vooral bepaald door de energie van de ondernemers en de bewoners uit de buurt. “Er zijn koplopers en er is het peloton. Goed voorbeeld doet goed volgen.” Als koploper in de Vliegbasis ziet hij het restaurant Colour Kitchen. Daar kunnen MBO-leerlingen uit de buurt stage lopen. Zo ook het initiatief Bee Hive van Maarten de Wolff. Bee Hive helpt creatieve starters aan leuk vormgegeven werkunits en aan contacten in de wijk.
Tijdens een bijeenkomst voor de potentiële huurders van de broedplaatsen, twee jaar terug, leerde hij de initiatiefnemers van Bee Hive kennen. Dit initiatief had echter geen trackrecord. Maar Van Ruiten vond de heren zo bevlogen dat hij hen toch in gedachten hield. Na een goed gesprek met Schoufour heeft Van Ruiten het aangedurfd Bee Hive een huurcontract te geven. Van Ruiten geeft aan hier geleerd te hebben dat kunstenaars en creatieven niet altijd uit zijn op subsidies, maar dat ze zich goed als maatschappelijk bevlogen ondernemer kunnen opstellen.

Ristretto buiten de ring

Ontwikkelaar Gerben van Straaten beschrijft in zijn artikel in het zojuist verschenen boek Nieuwe ideeën voor oude gebouwen, creatieve economie en stedelijke herontwikkeling (NAi uitgevers, 2008) op heldere wijze de manier van waardeontwikkeling in herontwikkelingsprojecten met creatieve economie. Volgens hem kan in dergelijke projecten geen geijkte financiële zekerheid gezocht worden met huurcontracten. Dat kunnen deze jonge bedrijven nooit bieden. Maar wat zij te bieden hebben is transactie en interactie op lokaal niveau. De zekerheid moet daarom worden ondervangen door een intensieve programmering voor het gehele pand of complex. Juist door hierbij die ondernemende kunstenaars in te zetten kan gekomen worden tot duurzaam financieel en maatschappelijk rendement.
Hoewel waardeontwikkeling vooral iets voor de lange termijn is, heeft het nieuwbouwcomplex naast de Vliegbasis volgens Van Ruiten al duidelijk voordeel gehad van de herontwikkeling. Het complex zat snel vol. Volgens Van Ruiten heeft het gevoel dat er in de omgeving iets gebeurt daar veel aan bijgedragen. “Het gaat om de connotaties rond die fysieke plek. Broedplaatsen kunnen daarin fungeren als een impuls.” Zo wordt het straks hot om een ristretto buiten de ring te drinken.
Nu cultuur als economische en sociale waardeontwikkelaar eindelijk wordt herontdekt, moet er wel voor worden gewaakt dat kunstenaars als ‘verlossers’ van de wijken worden gedoodverfd. Een blik kunstenaars opentrekken maakt van een wijk nog geen prachtwijk. We moeten blijven benoemen waar we die kunstenaars nou voor vragen. Waar ze zo goed in zijn. Het gaat om de andere, wellicht onverwachte, relaties die zij aangaan met de wijk. En dan vervullen bepaalde typen kunstenaars gemakkelijker de rol van pionier: als ondernemers, woonwerkers, alternatieve maatschappelijk werkers of gewoon actieve buurtbewoners. Juist de kersverse kunstenaars van dit moment bewijzen zich in ondernemerschap. Juist deze dynamische kracht van ondernemers missen wij nu in woonwijken.

Anne Hemker en Jeroen den Uyl

Hemker is socioloog en werkzaam bij Stadstij Amsterdam;
Den Uyl is senior adviseur Twynstra Gudde Amersfoort