Zes lessen voor plannenmakers

Aan de vooravond van nieuwe investeringsagenda Nieuw-West
Zes lessen voor plannenmakers

Ivan Nio en Wouter Veldhuis zijn mede-auteurs van de recente studie Nieuw-West: Parkstad of Stadswijk. Nu gemeente en corporaties de mouwen opstropen voor een vervolg op Operatie Parkstad hebben deze kenners van de Westelijke Tuinsteden nog wel wat wijze raad. Zes lessen voor de gebiedsontwikkelaars.

  1. 1. Blijf investeren in landschappen en parken.
    Nieuw-West had een versleten en ongedifferentieerde groenstructuur. Met de vernieuwing is er veel geïnvesteerd in parken en landschappen. En dit heeft effect: het groen wordt veel intensiever gebruikt. Nu wordt het tijd om de Sloterplas aan te pakken, het kroonjuweel van Nieuw-West.
  2. 2. Versterk stadsstraten en pleinen.
    Van Eesteren was niet de meest gelukkige pleinontwerper. En ook de enkelzijdige stadsstraten zoals de De Vlugtlaan kunnen aantrekkelijker verblijfsplekken worden. Besteed daar aandacht aan. En stimuleer ondernemerschap op die plekken in plaats van dit tegen te werken. Kijk eens hoe het Sierplein een zeer succesvol marktplein is geworden, dankzij de ondernemers.
  3. 3. Vernieuw speelplekken.
    De speelplekken van Aldo van Eyck hebben veel betekend voor de leefbaarheid van buurten. Maar er is veel bezuinigd op het onderhoud van publieke speelplekken. Veel speelplaatsen zijn nu in het private domein beland. Hierdoor is de speelplek niet langer de vanzelfsprekende ontmoetingsplaats voor alle kinderen uit de buurt. Gelukkig worden nu de oude hoven herontdekt als speelplek. Versterk die ontwikkeling.
  4. 4. Meng met mate.
    Menging op complexniveau was onderdeel van de stedelijke vernieuwing. Maar die menging blijkt tot veel conflicten en problemen op het gebied van beheer te leiden, in ieder geval bij nieuwbouwcomplexen. Meng dus niet op het niveau van wooncomplex. Bewoners waarderen daarentegen wel diversiteit in ruimtelijke zin: langs stadsstraten, op winkelpleinen en in parken. Maak dus homogene complexen in heterogene wijken; meng op een hoger schaalniveau.
  5. 5. Benut eigen kracht van de bewoners.
    Er zijn in Nieuw-West grote verschillen tussen buurten. Maar een belangrijke boodschap van ons boek is dat er een stabiele allochtone middenklasse groeit in Nieuw-West: velen daarvan zijn kopers van de nieuwbouw. Ruim 35 procent van de stadsdeelbewoners - 50.000 mensen – is gesetteld niet-westers allochtoon. Zij wonen al langer dan 25 jaar in Nederland of behoren tot de tweede generatie. De kinderen van de migranten en de oorspronkelijke stedelingen hebben we hybride stedelingen genoemd. Hou rekening met die groep in de plannen.
  6. 6. Koester het pauzeprogramma.
    De fysieke vernieuwing is stilgevallen, maar er is toch veel gebeurd in de crisisperiode: stadstuinen, broedplaatsen, nieuwe voorzieningen in winkelplinten enzovoort. Dat soort voorzieningen blijkt voor bewoners, maar vooral voor de nieuwe stedelingen - onder wie veel studenten - van groot belang om zich in Nieuw-West thuis te voelen. Voorkom dat deze plekken nu allemaal weer verdwijnen. Wees zuinig op wat je hebt. Dat geldt ook voor het erfgoed.
Bouwproductie in crisistijd

Alles werd anders na de kredietcrisis in september 2008, maar het duurt even voordat de machine van de stedelijke vernieuwing langzamer ging draaien. Voor de bouwproductie in Nieuw-West is 2009 zelfs een topjaar met de bouwstart van 1864 woningen; grotendeels koopwoningen (70%) waarvoor ineens geen markt meer is. Veelzeggend is dat in 2010 het doek valt voor FarWest, terwijl deze ontwikkelcorporatie in 2009 nog bijna zevenhonderd woningen in aanbouw nam. Het is dan ook niet vreemd dat de corporaties in die periode zo’n beetje alle planvorming voor onbepaalde tijd stopzetten. Voor bewoners in vernieuwingsgebieden breken dan onzekere tijden aan. Plannen worden getemporiseerd, omgezet, uitgesteld of zelfs definitief afgelast. Niet dat er na 2010 niets meer gebeurt in Nieuw-West. Zelfs op het dieptepunt in 2011 worden nog 233 woningen in aanbouw genomen.