"We krijgen meer kwetsbare huurders"

Interview: Hester van Buren (Rochdale) wil meer sturen op woningtoewijzing
"We krijgen meer kwetsbare huurders"

In verschillende wijken in de regio Amsterdam neemt het aantal kwetsbare huurders dermate toe dat de leefbaarheid onder druk staat. Hester van Buren, bestuursvoorzitter van Rochdale en bestuurslid van corporatiekoepel Aedes, wil in die wijken meer regie op het toewijzingsbeleid.

 Hester van Buren (Rochdale)
“We gaan in Poelenburg geen mensen weren, maar mensen die niet kwetsbaar zijn selectief voorrang geven.”

Voor Hester van Buren is overlast al jaren een belangrijk punt. Ooit werkte ze als medewerker van stadsdeel Westerpark mee aan de oprichting van het eerste meldpunt Extreme Overlast in de stad. Vervolgens was ze vanuit de corporatiesector betrokken bij het project Skaeve Huse, waar naar Deens voorbeeld structurele overlastgevers op een aparte plek een laatste kans kregen. Sinds enige jaren is ze betrokken bij de Amsterdamse Treiteraanpak. Van Buren vindt dat het belang van omwonenden te lang weinig aandacht heeft gehad. “In de jaren negentig was alles goed als het met de cliënt goed ging. Ook tegenwoordig blijft het belang van de omgeving aandacht vragen, zeker nu het aandeel kwetsbare huurders toeneemt.”

Waardoor komt dat?

“Het is het gevolg van verschillende overheidsmaatregelen. Alleen mensen met een laag inkomen kunnen nog aanspraak maken op een sociale huurwoning; ouderen moeten langer zelfstandig blijven wonen; veel meer mensen stromen uit bij de maatschappelijke opvang en de GGZ, en we hebben een aanzienlijke groep statushouders te huisvesten. Het zijn allemaal mensen die het niet vanzelfsprekend alleen redden.”

Wat ziet u gebeuren?

“Er zijn wijken - in Amsterdam vooral in Zuidoost en Nieuw-West - waar in bepaalde buurten of complexen het aantal kwetsbare mensen, toeneemt. Dat is zorgelijk, want de sociale problematiek neemt daardoor ook toe. Het gaat dan bijvoorbeeld om verwarde mensen die omwonenden angst aanjagen, onberekenbaar zijn en een gevaar kunnen zijn voor zichzelf en hun omgeving.”
Is er dan geen zorg voor deze mensen?
“Ik vind dat we het in de regio Amsterdam op zich goed geregeld hebben. Wij werken heel goed samen met partijen als HVO-Querido en het Leger des Heils, die mensen begeleiden die in onze woningen komen wonen. Van die bewoners weten wij wat hun achtergrond is en daar zijn wij alert op. En er wordt door onze zorgpartners ook direct actie ondernomen als er klachten uit de buurt komen. Bovendien kent Amsterdam Meldpunten Zorg en Overlast, iets wat ook niet iedere gemeente heeft. Maar er is een groeiende groep mensen met psychische, fysieke of verslavingsproblemen waarvan wij niet weten dat zij in een woning van ons zijn komen wonen. Die baart ons vooral zorgen. Zij huren gewoon via  Woningnet een woning. Dat blijkt te leiden tot concentraties van kwetsbare bewoners in bepaalde wijken. Dat gebeurt op veel plekken in Nederland, zo bleek uit een enquête van Aedes.”

Hoe komt dat?

“Omdat we passend moeten toewijzen, komen woningzoekenden met een laag inkomen eerder terecht in minder populaire gebieden. Tussen die nieuwe bewoners zit een relatief hoog percentage mensen met problemen die niet meer voor opvang in aanmerking komen. En begrijp mij goed, wij willen en moeten deze mensen ook huisvesten. Maar het vraagt wel meer van de omgeving, van de buren. Mensen kunnen heel vreemde dingen doen. We kennen voorbeelden van mensen die op de galerij hun behoefte doen, of mensen die nogal bezeten zijn van een bepaalde religie en dat fanatiek uitdragen. Dat kan heel heftig zijn, zeker als je niet de middelen hebt om te verhuizen. Hoewel wij geen zorg verlenen, moeten wij daar als corporatie wel iets mee. Wij worden er door onze huurders het eerste op aangekeken.”

Wat moet er gebeuren om deze ontwikkeling te keren?

“Ik denk dat we verschillende maatregelen moeten nemen. Zo denken we bijvoorbeeld aan nieuwe woonconcepten. Die willen we gaan ontwikkelen met partijen als het Leger des Heils en HVO-Querido. Hoe dat er precies uit moet komen te zien, weet ik nu nog niet, maar je zou kunnen denken aan een vorm van beschermd of geclusterd wonen. Niet om deze mensen te stigmatiseren, maar wel om meer aandacht te kunnen geven en meer controle te hebben op de situatie.
Van sommige inwoners moeten we accepteren dat zij tijdelijk niet of zelfs nooit helemaal zelfstandig kunnen wonen. Er komen nu te veel van dergelijke mensen in gewone woonbuurten terecht. Daar is meer begeleiding nodig. En de informatie-uitwisseling moet beter. Iemand die zwaar autistisch is, kan beter niet in een drukke omgeving een woning aangeboden krijgen. Dat moeten wij dan wel weten. Hoewel nog weinig concreet, heeft ook het nieuwe kabinet aangegeven dat er integraler naar deze problematiek gekeken moet worden. Woonbegeleiding kan bijvoorbeeld zorgen voor een beter vangnet. En we moeten in sommige gevallen iets aan de instroom van nieuwe bewoners kunnen doen.”

Om welke gevallen gaat dat?

“Als de gemeenteraad van Zaanstad eind december instemt, dan gaan we in de wijk Poelenburg samen met de corporaties ZVH en Parteon de instroom van nieuwe bewoners anders organiseren. Het gaat om wat ik een positieve vorm van de Rotterdamwet noem: we gaan niet mensen weren, maar mensen die niet kwetsbaar zijn selectief voorrang geven. De bewonerssamenstelling in Poelenburg, dat volledig uit sociale woningbouw bestaat, willen we versterken door in de komende jaren alleen vrijkomende woningen toe te wijzen aan mensen die een inkomen uit arbeid hebben, die een startkwalificatie hebben en die niet in aanraking zijn geweest met de politie. Dergelijke criteria willen we inzetten om ervoor te zorgen dat de wijk niet steeds kwetsbaarder wordt, iets wat we nu wel zien gebeuren. Als je de cijfers ziet over armoede, de gemiddelde cito-score of het aantal mensen met een bijstandsuitkering, dan zijn die schrikbarend. Onderdeel van de aanpak is dat de gemeente extra gaat investeren in armoedebestrijding, scholing en begeleiding naar werk. Ik denk dat die integrale aanpak goed kan werken. Ook in delen van Amsterdam, zoals de Lodewijk van Deysselbuurt in Slotermeer, kan ik mij een zelfde aanpak als in Poelenburg goed voorstellen om de wijk leefbaar te houden en tegelijkertijd te investeren in mensen.”