Stedelijk of suburbaan?

Zuidoost is nog zoekende naar nieuwe identiteit
Stedelijk of suburbaan?

Op een kwartiertje van de binnenstad rustig wonen in het groen tegen betaalbare prijzen. Dat kan gewoon … in Zuidoost. Maar de Amsterdamse satellietstad worstelt ondanks zijn metamorfose nog met een hardnekkig imago van flats en onveiligheid. Moet het stadsdeel wellicht explicieter kiezen voor het suburbane wonen?

Schoon, heel en veilig. Daar hebben we in de afgelopen jaren heel erg sterk op ingezet”, zegt stadsdeelbestuurder Emile Jaensch (Wonen) van Zuidoost. “Toen ik hier vijf jaar geleden kwam, waren er nog verhalen over vuilniszakken in de bomen en andere leefbaarheidsproblemen, maar dat hebben we behoorlijk opgelost. Als het gaat om zwerfvuil en dergelijke, scoren we tegenwoordig beter dan sommige wijken in de binnenstad, zoals De Pijp.”

Hoewel Zuidoost die levendige wijk in populariteit niet benadert, probeert Jaensch er alles aan te doen om zijn stadsdeel aantrekkelijk te maken voor nieuwkomers, vooral voor de wat hogere middenklasse. Ook in Zuidoost streeft men naar gemengde wijken, met verschillende inkomens. “Bijna 25 procent van onze bewoners heeft een laag inkomen en een heel groot deel heeft een laag middeninkomen. Hogere inkomens hebben we relatief weinig.” Mensen met een hoger middeninkomen vragen goede scholen, schone straten, leuke huizen en vertier in de buurt.

Jaensch heeft die mensen met hoger middeninkomen in Zuidoost nodig. “Bij de scholen bijvoorbeeld is sterke ouderparticipatie van belang, dat kan van die groep komen en gebeurt nu te weinig.”

Volgens Lex Veldboer, socioloog aan de UvA die onderzoek deed naar de middenklasse in Zuidoost, is de vernieuwing daar zowel als een succes als een teleurstelling uit te leggen. “Het is gelukt om een Bijlmermiddenklasse te realiseren. Veel bewoners die in Zuidoost een grotere woning konden krijgen, zijn gebleven of teruggekeerd uit Almere. Aan de andere kant is een grote instroom van de witte middenklasse uitgebleven en dat kan je als teleurstellend zien. Onlangs werd dat in het rapport van Scheffer en Entzinger ook nog eens naar voren gebracht, namelijk het risico van parallelle werelden binnen en buiten de ring. Witte Amsterdammers blijven voornamelijk binnen de ring. En die scheiding wil je niet.”

Emile Jaensch: “Het stadsdeel denkt niet in kleur bij het aantrekken van nieuwe bewoners. De opgave is erop gericht om breed mensen binnen te halen. Hierbij speelt etniciteit geen rol.”

“Eigenlijk heel prettig”

Hoe dan ook, ondanks de verbeterde leefbaarheidscijfers houdt de toestroom van hoger opgeleide bewoners niet over. Het is een zaak van lange adem. Veldboer vindt dat er nog meer moet gebeuren op het gebied van voorzieningen én het creëren van een herkenbare omgeving voor de gewenste nieuwkomers. “Schoon, heel en veilig is niet genoeg, de kwaliteit van de horeca en andere voorzieningen mag nog beter. Het is nu een beetje Rotterdam, te veel low culture met sport, film en uitgaan. Maar een goed museum of galeries, die zijn er niet of nauwelijks.”

Jaensch wijst liever op de sterke punten. De bereikbaarheid is goed, het aantal festivals neemt toe. De mogelijke komst van de Floriade over tien jaar biedt de kans om vanaf volgend jaar al een ‘paradeachtig’ sfeertje te creëren, aldus Jaensch. Daarmee kun je bezoekers van de Arena Boulevard ook eens aan de andere kant van het spoor krijgen. “We willen graag dat mensen hier naartoe komen. Om eens te ervaren dat het hier eigenlijk heel prettig is en dat je gewoon veilig over straat kan.”

Blij zijn de beleidsmakers ook met de groeiende studentenpopulatie. In vier jaar tijd is het aantal studentenwoningen gegroeid van 1500 naar 4500. Op een bevolking van 80.000 inwoners begint dat een relevante groep te worden. Jaensch verwacht dat zij hun stempel gaan drukken op delen van Zuidoost, met eigen cafés en sportverenigingen. Meer reuring dus. Maar Jaensch ziet meer voordelen: “Studenten kunnen een rolmodel zijn voor kinderen in Zuidoost. Bovendien is de kans groter dat studenten na hun studie hier blijven als ze Zuidoost eenmaal hebben leren kennen.” 

Want dat blijft het grootste probleem van Zuidoost, denkt Jaensch: het hardnekkige imago van hoge flats en onveiligheid. “Dat beeld klopt niet meer, maar staat voor veel mensen nog overeind. De Bijlmermeer is onbemind en bijvoorbeeld Gaasperdam is onbekend. Het kost ons tijd om daar verandering in te brengen.”

Verborgen woonkwaliteiten

Het is ook reden om in te zetten op andere starters op de woningmarkt, zoals werkende jongeren, pas afgestudeerden en jonge gezinnen. “Gezinnen uit De Baarsjes of de Indische Buurt, die erachter komen dat ze binnen de ring moeilijk een grotere woning kunnen kopen of huren, kunnen die bij ons wel vinden.” Jaensch hoopt dat ze Zuidoost in ieder geval eens een kans willen geven. “Daarom strijden wij ook bijvoorbeeld tegen de aparte zoekcategorie voor Zuidoost op huizenzoekerssite Funda. Dat benadrukt ten onrechte dat Zuidoost geen onderdeel van Amsterdam is.”

Jaensch mikt niet zozeer, zoals Veldboer suggereert, op nieuwkomers die op zoek zijn naar gelijkgestemden, maar op kosmopolitische mensen die een nieuw avontuur in een gemêleerde wijk wel zien zitten. “Mensen die alleen gelijkgestemden op een terras in de binnenstad zoeken, krijgen we niet zo makkelijk naar Zuidoost, maar wie verrast wil worden en nieuwe contacten wil leggen, zal veel eerder openstaan om naar ons stadsdeel te komen. Zuidoost is een veilige en spannende omgeving.”

Veldboer vindt het verstandig dat Jaensch Zuidoost als satellietstad of edge city presenteert, als een eenheid die op zichzelf kan functioneren, waar bewoners alle voorzieningen binnen bereik hebben en bovendien keuze hebben uit meer landelijk wonen of juist stedelijk wonen in het centrumgebied. Toch zou Veldboer in de promotie van het stadsdeel nog meer nadruk op de woonkwaliteiten willen zien. “Het lijkt een beetje alsof je in Zuidoost van alles kunt halen, maar dat je er niet hoeft te wonen.” Bovendien mist hij een duidelijk verhaal over de identiteit van de plek. “Je wilt weten hoe het nu in Zuidoost is, maar misschien wordt dat juist door het nog altijd negatieve imago angstvallig vermeden.”

Gert Jan Hagen van onderzoeksbureau SmartAgent denkt ook dat Zuidoost meer in kan zetten op de woonkwaliteiten en dan met name het suburbane wonen. Hij deed onlangs in opdracht van Noord-Holland onderzoek naar leefstijlen in de provincie. Voor Zuidoost geldt dat de huidige bewoners over het algemeen groepsgericht zijn, zegt Hagen, zij zoeken gezelligheid en rust in hun omgeving. Dat zijn vergelijkbare kenmerken als Noord en Nieuw-West, andere gebieden buiten de ring, die in vergelijking met binnen de ring veel minder vanuit het individu naar de wereld kijken. In Zuidoost versterkt de culturele dimensie die groepsgerichtheid nog eens, denkt Hagen. De aanwezigheid van veel Surinamers, Ghanezen en Antillianen in Zuidoost speelt een rol in die sociale gerichtheid, onder meer door het rijke religieuze leven in Zuidoost. 

Overigens lijkt de meer individueel en stedelijk gerichte leefstijl wel terrein te winnen. “Misschien zegt dat iets over het vergevorderde stadium van de stedelijke vernieuwing in Zuidoost in vergelijking met Nieuw-West en Noord.” Toch is het juist de afstand tot het centrum waardoor Hagen voor Zuidoost vooral kansen ziet om in te zetten op het suburbane wonen. “In Nieuw-West en Noord zie je dat stukken gegentrificeerd zijn of dat het wachten daar op is, in Zuidoost gebeurt dat door de afstand minder gemakkelijk. Het rustige wonen in het groen, op afzienbare afstand van het centrum van Amsterdam, is waar Zuidoost onderscheidend in kan zijn. Maar als je werkelijk een slag wil maken in het realiseren van een wijk met een eigen aantrekkelijke identiteit, dan zal je nog meer moeten doen aan landscaping, publieke ruimten en architectuur.”