Oeverprojecten verrijken stad met zeer gedifferentieerde woningprogramma

Oeverprojecten verrijken stad met zeer gedifferentieerde woningprogramma’s
De zuidelijke IJ-oever in hapklare brokken

Geen masterplan, wel centrale regie

Na het echec van het Amsterdam Waterfront werd de idee van één groot stedenbouwkundig plan begraven. Laat vele bloemen bloeien, werd het parool. Maar centrale regie bleef natuurlijk wel nodig. Daarvoor werd Het Projectbureau Zuidelijke IJ-oever opgericht. Het bureau ziet toe op logistieke processen, de bouwvolgorde en de bouwverkeersstromen, financiën en de bouwprogramma’s. “We zijn continu aan het bijsturen”, zegt projectmanager Zuidelijke IJ-oever Erna Hollander.

Het centraal station kan niet meer worden afgebroken, maar een onderliggende ambitie is toch de stad terug te brengen naar het IJ. De nieuwbouw aan de oever moet gaan functioneren als een uitbreiding van de bestaande stad. Dat is niet eenvoudig met een spoordijk van oost naar west. Veel aandacht gaat er daarom uit naar de verbindingswegen. Hollander: “Zo kijken we op dit moment naar de onderdoorgang onder het spoor naar het Westerdokseiland. Die ziet er niet erg prettig uit. Bewoners en bezoekers moeten zich makkelijk tussen het nieuwe gebied en de Haarlemmerstraat kunnen bewegen.”

Dan is er het geld. Hollander: “Economische ontwikkelingen in de marksector ijlen voor de gemeente twee jaar na. Terwijl de markt nu aantrekt, hebben wij nog te maken met de verminderde grondinkomsten en -opbrengsten. Ons wordt nu gevraagd dezelfde kwaliteit te leveren bij bijvoorbeeld de herprofilering van de Prins Hendrikkade en de verbeteringen van de aansluitingen met Ooster- en Wester­dokseiland, maar voor minder geld.”

Vaak moet nog aan de ontwerpen worden gesleuteld als een gebruiker zich heeft gemeld. “Het gerechtshof koos pas in 2005 voor het Wester IJ-dok, terwijl de bebouwing al veel eerder was getekend. Er bleken extra voorzieningen nodig, voor bijvoorbeeld de aanvoer van verdachten.”

Verder vraagt de uitloop van de bouwplannen om bijsturing, maar ook gedachteveranderingen tijdens de planfase. “Voor het westelijke uiteinde van het Stationseiland dachten we eerst aan de bouw van alleen kantoren. Door het succes van het Westerdokseiland komt een gemengde functie, met ook wonen, in beeld.”

De architectonische en stedenbouwkundige kwaliteiten van het gebied worden bewaakt door de supervisoren Kees Rijnboutt en Michael van Gessel. “Zij zijn ons voorportaal voor de welstandscommissie”, aldus Hollander. “Zij bereiden de adviezen voor. Door hun overzicht en kennis nemen ze de commissie veel werk uit handen.”