Overslaan en naar de inhoud gaan
Top
Eerste verdieping
Hoe de Vogelaar-gelden voor buurtinitiatieven worden besteed
De bewoner wikt en beschikt

In de plannen om van de veertig slechtste Nederlandse wijken zogeheten ‘prachtwijken’ te maken, is de bewoners een belangrijke rol toegedicht. Om dat te benadrukken besloot toenmalig minister Ella Vogelaar om direct aan bewoners miljoenen ter beschikking te stellen voor wijkverbeteringsinitiatieven, zonder tussenkomst van de lokale politiek. Wat je noemt een trendbreuk. NUL20 maakte een eerste ronde langs de Amsterdamse Vogelaarvelden. Wat gebeurt er met dat geld en hoe wordt het verdeeld? Op zoek naar de nalatenschap van Vogelaar.

Participatiebudgetten - wijkaanpak

Na lang politiek getouwtrek en ruzie met woningcorporaties werd halverwege 2008 duidelijk op hoeveel geld Amsterdam kon rekenen voor het aanpakken van 24 buurten in negen stadsdelen. Amsterdam kreeg 157 miljoen, bedoeld als financiële impuls voor vier jaar om deze ‘aandachtswijken’ in tien jaar tijd uit het slop te trekken. Dat betekent volgens Marijke Andeweg, programmamanager Wijkaanpak van de gemeente, dat de geselecteerde wijken op het gebied van veiligheid, sociale cohesie, onderwijs en werkloosheid geen negatieve uitschieters meer mogen zijn.
In de wijkaanpak zijn de stadsdelen en woningcorporaties initiatiefnemer en gaat het om veranderingen op lange termijn, om stedelijke vernieuwing, om het op peil krijgen van sociale en culturele voorzieningen en het stimuleren van de lokale economie. Natuurlijk werd daarvoor ook al geïnvesteerd in achterstandswijken, maar deze geconcentreerde wijkaanpak moet eindelijk eens het verschil maken, is de gedachte. Minister Van der Laan volgt het spoor van Vogelaar en heeft al aangegeven de wijkaanpak buiten de bezuinigingen te houden.

Wat is dan die wijkaanpak? Andeweg noemt het Timorplein in de Indische Buurt een voorbeeld van ‘wijkaanpak avant la lettre’. De voormalige ambachtsschool werd enkele jaren geleden – lang voordat de Vogelaar-gelden gingen stromen -  omgetoverd in een complex met een bioscoop, hostel, onderzoeksinstituut en kleinschalige bedrijfsruimtes. Het bracht nieuwe energie in de buurt. Later zal wellicht vastgesteld worden dat dit precies de katalysator was die het transformatieproces van verloederde buurt naar een moderne gewilde stadswijk nodig had. Met de Indische Buurt lijkt het de goede kant op te gaan, stelt Andeweg: “Maar er is ook nog veel problematiek ‘achter de voordeur’.”
De hoofdaannemers van de wijkaanpak zijn de stadsdelen en corporaties. Maar anders dan voorheen nu zoveel mogelijk mét de bewoners. Om de autonome positie van de bewoners te versterken, hebben bewoners van de Vogelaarwijken toegang gekregen tot een aparte geldstroom van het rijk. Die kunnen zij naar eigen inzicht besteden aan projecten in hun buurt. In 2008 kreeg Amsterdam ruim drie miljoen euro voor bewonersinitiatieven, het budget voor de jaren 2009 tot en met 2011 is 4,3 miljoen per jaar. Het geld is op basis van het aantal inwoners verdeeld over de wijken.

Wat gebeurt er met de miljoenen voor wijkverbeteringsinitiatieven?

Deze aanpak zit nog altijd in een startfase. Pas een half jaar geleden kwam het geld voor 2008 beschikbaar; eind mei moet het zijn toegekend. Ruud Fiere van de stichting Buurtparticipatie zegt dat in Bos en Lommer gemakkelijk gebruik gemaakt kon worden van de bestaande structuur van bewonersplatforms. Dat gebeurt al jaren met de buurtbudgetten die het stadsdeel ter beschikking stelt, zegt stadsdeelvoorzitter Jeroen Broeders. Hij was aanvankelijk erg sceptisch over ‘het geld dat Vogelaar over het land uitstrooide’. “Maar nu ben ik helemaal om. Het geeft mensen in de wijken de mogelijkheid om dingen op te pakken die zij belangrijk vinden. Zo is een speeltuinhuisje opgeknapt dat altijd een ontmoetingsplek in de buurt was. “Wij hebben daaraan als stadsdeel te weinig aandacht gegeven. Nu bewoners het participatiegeld daarvoor hebben ingezet is het in vier maanden tijd geregeld, via een stadsdeel lukt dat niet zo snel.” In de Kolenkitbuurt is het geld van 2008 verder besteed aan een veiligheidsinterventieteam, een kinderkookcafé, sport- en spelactiviteiten voor kinderen en de viering van het offerfeest. “We kunnen nu een verschil maken. Omdat er meer geld is, maar ook omdat we initiatieven serieuzer zijn gaan begeleiden. Dat hadden we eerder moeten doen.”
Geen feestgeld
Critici voorspelden dat de participatiebudgetten vooral naar buurtbarbecues zouden gaan, maar de realiteit geeft een ander beeld. Broeders: “Het is geen feestgeld gebleken.” Wel is het eerste jaar van de wijkaanpak een periode van experimenteren. Andeweg: “Het devies is: laat duizend bloemen bloeien. We laten letterlijk iets op gang komen. Eind dit jaar kijken we wat wel en niet werkt.” Andeweg vindt dat sprake is van een redelijke diversiteit. “Als ik het samenvat komt het neer op projecten die te maken hebben met ontmoeting, het opknappen van de buurt en het versterken van de positie van mensen in een achterstandpositie.” Ook Martin Verbeet, stadsdeelvoorzitter in Oost-Watergraafsmeer, noemt de diversiteit aan bewonersinitiatieven in de Transvaalbuurt: een trimparcours, een kunstproject voor kinderen, het planten van Oosterse fruitbomen. “En neem het kindergala. Op speelse wijze ontwikkelen kinderen hun talent en leren ze discipline aan: ze moeten op tijd zijn en samenwerken. Het gaat om essentiële elementen van de opvoeding. Bewonersinitiatieven zijn geen franje, ze dragen bij aan samenhang.” Andeweg zou het wel goed vinden als meer gedaan zou worden met thema’s kunst en cultuur, en bewoners koppelen nog weinig initiatieven aan scholen en lokale ondernemers.

Wringen

Geen bestuurder is tegen projecten die mensen bij elkaar brengen en die iets toevoegen aan de buurt – zeker niet als het geld uit Den Haag komt. Maar het kan gaan wringen als bewonersinitiatieven het beleid van stadsdelen in de weg zitten. Zo botst een initiatief in de Indische Buurt met de poging van stadsdeel Zeeburg om het aantal buurthuizen te beperken. Andeweg ziet dit blijmoedig als ‘gezonde discussies’.
Overigens houdt het stadsdeelbestuur een vinger in de pap Het moet formeel goedkeuring geven aan de besteding van de projectgelden. Meestal houdt dat een marginale toetsing in, maar Verbeet geeft toe dat projecten in de Transvaalbuurt zijn afgewezen die strijdig waren met lopend stadsdeelbeleid. “Uiteindelijk ben ik formeel verantwoordelijk. Dat is een gevoelig punt.” En ook de Noordse stadsdeelvoorzitter Rob Post laat zich gelden: “De grote veranderingen moeten komen van stedelijke vernieuwing en langdurige sociale projecten, daar worden mensen gelukkig van. Bewonersinitiatieven kunnen een bijdrage leveren, maar uiteindelijk bepalen wij.”
Maar de bewonersgroep waarvan het plan is gehonoreerd wordt wel formeel ‘opdrachtgever’ in het gedachtegoed van Vogelaar. Maar wie kunnen zij opdracht geven? In De Baarsjes laat het stadsdeel zich in ieder geval niet inhuren voor projecten. Men vreest voor opdrachten van ‘buurtburgemeesters’ en medeaansprakelijkheid. Stadsdeelvoorzitter Broeders worstelt er ook mee in Bos en Lommer. “We willen het wel, maar er zitten praktisch nog wat haken en ogen aan,” zegt hij voorzichtig.
Samenwerking is er wel. Rob van Veelen, ‘participatiemakelaar’ in de Indische Buurt: “Als bewoners iets met sport willen doen, dan krijg ik wel eens vragen van ambtenaren of de begeleiding wel verantwoord is. Ik probeer de bewoners dan in contact te brengen met onze professionals.”
Het is zoeken naar nieuwe verhoudingen, bevestigt Mostafa el Filali van het Amsterdams Steunpunt Wonen. Hij bemoeit zich met de vernieuwing in Osdorp. Daar wilden corporaties en stadsdeel dat bewoners mee zouden betalen aan een krant over de vernieuwing van de wijk, omdat zij nu over een eigen budget beschikken. Maar een kritisch artikel van een bewoner leidde direct tot problemen volgens El Filali. Uiteindelijk werd het geplaatst met een disclaimer van de redactie. Volgens El Filali krijgen bewoners wel degelijk ‘meer macht’ dankzij de eigen financiering. Maar Harry Gosen, een actieve bewoner in Bos en Lommer, stelt vast dat “de bewonersinitiatieven wel lopen, maar dat bewoners geen idee hebben wat de plannen zijn voor de echt grote projecten. Het stadsdeel wil het toch weer zelf doen.” Ook Fiere zegt dat de invloed van bewoners maar met kleine stapjes tot stand komt.

Welke bewoners?

Welke bewoners maken trouwens gebruik van deze gelden? The Usual Suspects? Verbeet bevestigt: “Het is nu vooral de voorhoede die bezig is in de buurt, we willen dit jaar een volgende stap maken.” In de Indische Buurt probeert een groep ‘ambassadeurs’ medebewoners te wijzen op de mogelijkheid om met initiatieven te komen, zegt Mellouki Cadat, voorzitter van de denktank sociale cohesie. En dat lijkt vruchten af te werpen. De toename van bewonersinitiatieven heeft ertoe geleid dat Zeeburg een ideeënmarkt moet organiseren waar bewoners kunnen stemmen over nieuwe projecten.
Van Veelen: “We zien dat we nieuwe groepen mee kunnen krijgen, we hebben bijvoorbeeld de eerste allochtone schaakclub van Nederland.” Mustapha el Jarmouni, zelf fervent schaker en initiatiefnemer van de club, laat weten dat de dertig leden op één na allemaal allochtone kinderen zijn. “We willen kinderen in de Indische Buurt eens iets anders bieden, ook kinderen in achterstandswijken kunnen schaken. We hebben plannen voor wedstrijden tegen volwassen intellectuele bewoners, zodat verschillende groepen met elkaar in contact komen.” De subsidie is van belang om de prijs laag te houden én de kwaliteit van de cursus te garanderen; gediplomeerde leraren kosten immers geld. Ook al is de schaakclub een goed voorbeeld, toch denkt Van Veelen dat nog ‘een harde noot te kraken valt’ om de groep inactieven te bereiken. “Ambitie is goed, maar het is een proces van de lange adem.” Carla Schröder van stadsdeel Noord, zegt dat bijvoorbeeld in de Van der Pekbuurt ook flink geïnvesteerd wordt in werving van nieuwe actieve bewoners. “Het lukt beter om jongeren te betrekken en ook Surinamers en Antillianen doen meer mee. Alleen bij Turken en Marokkanen gaat het nog moeizaam.”
In sommige gevallen wordt de vraag gesteld of het geld wel op een eerlijke manier over bewonersgroepen wordt verdeeld. In Bos en Lommer verliep de eerste ronde toewijzingen via een stemming, maar dat was volgens Pieter-Paul Blok van het bewonersplatform Kolenkitbuurt geen succes: “Iemand kwam met het idee een kerstfeest te financieren, maar dat wilden de moslims in de buurt niet. Zij wilden hun offerfeest van het geld betalen. Omdat zij allemaal op elkaars plannen stemmen, kwam het offerfeest er wel en het kerstfeest niet. We hebben regels nodig en een commissie die een evenwichtig oordeel kan geven.” Maar andere leden van het bewonersoverleg vinden het geen goed idee als een deel van de bewoners nieuwe regels bedenkt.

Structurele verandering?

Ideeën bedenken is één ding, maar wie gaat die vervolgens verwezenlijken? Hoeveel bewoners hebben daar, naast een eventuele baan en zorg voor een gezin, tijd voor? Kan er geld gebudgetteerd worden voor de uitvoering? Het zijn oude discussies in de wereld van het vrijwilligerswerk. Cadat vindt dat niet van iedereen verwacht kan worden dat zij veel tijd steken in het uitvoeren van projecten. “Ik vind het dan ook geen probleem als iemand wat verdient en tegelijkertijd iets voor de buurt doet, ook al doe ik zelf alles vrijwillig.” Maar volgens Schröder is “het niet de bedoeling dat bewoners betaald krijgen. Wel kunnen ze anderen inhuren voor de uitvoering.”
Van Veelen ziet organisaties ontstaan die op een sociale onderneming lijken. “Het gaat zeker niet om markttarieven, maar er zijn projecten die simpelweg heel veel tijd kosten.” Dat geldt ook voor de stadsdelen. Zo hebben bewoners van de Van der Pekbuurt geld gekregen voor de aanleg van geveltuinen en een voetbalveld. Schröder: “We mogen maar acht procent uitgeven aan de begeleiding van projecten, maar dat is lang niet genoeg. We leggen daar als stadsdeel heel veel extra geld bij.”
Het omzetten van een leuk idee naar een gedegen plan blijkt voor mensen zonder ervaring nogal wat voeten in de aarde te hebben. Bovendien kan een bewonersinitiatief een langdurige kostenpost voor een stadsdeel worden. Zo wil Broeders bekijken hoe het veiligheidsproject in de Kolenkitbuurt structureel gefinancierd kan worden. Ondanks die pogingen om bewonersinitiatieven een meer structureel karakter te geven, wordt volgens Daniëlle Driessen van Nieuwe Maan, die de gemeente ondersteunt bij de wijkaanpak, nog onvoldoende nagedacht over structurele verankering van initiatieven. “En ook het meten van wat ze opleveren staat nog in de kinderschoenen.” Verbeet vindt dat bewonersinitiatieven al zijn geslaagd als die energie in een buurt brengen en als meer mensen betrokken worden bij hun wijk. Toch wijst Cadat erop dat we niet al te veel moeten verwachten. “De bewonersbudgetten gaan de samenleving niet veranderen. Actieve bewoners kunnen iets doen voor de buurt, maar niet iedereen wil of kan dat. Mensen hebben ook het recht om niet iets te doen.”


Op de website www.wijkaanpak.amsterdam.nl is onder andere de rapportage over het eerste half jaar te vinden.

 

Joost Zonneveld