Adri Duivesteijn: ‘In Almere kunnen mensen de stad maken’

Exit-interview Adri Duivesteijn
‘In Almere kunnen mensen de stad maken’

Adri Duivesteijn heeft de deur achter zich dichtgetrokken in Almere. Maar volgens de oud-wethouder zal het ‘DNA van Duivesteijn’ nog jaren in de uitbreidingsplannen verankerd zijn.

Tien jaar geleden alweer verkondigde Duivesteijn – toen nog Tweede Kamerlid voor de PvdA – een heldere boodschap. In Nul20 hield hij een onversneden pleidooi voor een ‘ware revolutie in de Nederlandse woningbouw’. De burger moest terug aan de macht. Het institutionele bouwen moest plaatsmaken voor particulier opdrachtgeverschap. Almere gaf hem vervolgens in 2006 de kans als wethouder zijn ideeën waar te maken. “Het heeft mij altijd geërgerd dat financiële partijen en ontwikkelaars de woningproductie monopoliseren. Zij hebben de grondposities. Een Kamerlid kan van alles beweren, maar de eigen ideeën zijn niet in de praktijk te brengen. Tot ik zeven jaar geleden de vraag kreeg voorgelegd of ik wethouder wilde worden met het oog op een onderhandelingspositie tegenover het Rijk en het vormgeven van de verdubbeling van de stad. De PvdA stond bovendien vanaf 2002 op nationaal niveau buitenspel. Toen heb ik de keuze gemaakt met eigen handen te laten zien dat woningbouw anders kan.” 

Almere 2.0

Duivesteijn is de architect van Almere 2.0. Hij heeft zich uitgeleefd in het spel met het Rijk. En niet op de laatste plaats maakte hij de dromen van individuele woningeigenaren waar. Onder zijn bewind verkocht de stad 1400 individuele kavels. “De stad kan op een andere manier worden gemaakt. We kunnen de afhankelijkheid van de institutionele partijen verkleinen en de individuele burger echt in positie plaatsen. Of het nou gaat om de laagste inkomens. Of de miljonair. In Almere kunnen mensen de stad maken. Die slag hebben we geslagen.”

De oud-wethouder is tevreden over het resultaat: “ Noorderplassen-West. Columbuskwartier. Overgooi. In al die wijken ontstaat op een organische manier een totaal ander Almere dan in het verleden. Bovendien is het vooruitzicht meer dan interessant. In Oosterwold – een gebied drie keer zo groot als de Amsterdamse grachtengordel- kunnen 15.000 woningen komen met royale mogelijkheden voor kleinschalige stadslandbouw. Als het zo wordt uitgevoerd als we hebben opgeschreven, dan zal Oosterwold een bijdrage leveren aan de zelfvoorzienende stad. Het woon- en werkmilieu zal er heel anders worden dan in de planmatig ontwikkelde productiestad.”

Nog belangrijker dan particulier opdrachtgeverschap is voor hem de herontdekking van de stad Almere, benadrukt Duivesteijn. “We hebben de ziel van de stad opnieuw gevonden. Almere is geen compacte stad. Daar moeten we dus niet naar streven. Dan zouden we de stad kapotmaken.”

Hij verwijst naar de woorden van vertrekkend GroenLinks-raadslid Ruud Pet: ‘Je bent natuurlijk een Hagenees, je hebt hier eigenlijk niets te zoeken. Maar toch ben je ook van ons geworden. Je hebt de uitgangspunten van de stad omarmd, weer levend gemaakt. Wij weten weer in wat voor stad wij eigenlijk zijn gaan wonen. En dat heb je duidelijk verankerd.’ 

'Enorme kwaliteiten'

Er zitten volgens Duivesteijn enorme kwaliteiten in Almere. “De stedelijke structuur omvat meerdere kernen in een geweldig groen/blauw casco. Die kernen kunnen heel concurrerende milieus bieden: van dichte bebouwing aan de westkant bij Pampus tot extreem lage dichtheden in het oosten.” Een andere wezenlijke verworvenheid noemt Duivesteijn de zoektocht met architect, landschapsarchitect en ‘urbanist’ Winy Maas (MVDRV) naar een constante manier van planvorming. “Stadsbouwmeesters met uitgesproken opvattingen zijn een bron van inspiratie. Uren hebben we met elkaar gesproken over de stad. De structuurvisie. De doorontwikkeling van het Weerwater tot locatie voor de komende Floriade. Winy Maas hanteert één taal, maar faciliteert tegelijkertijd alle mogelijke initiatieven om een duurzame stad te maken. ”

Andere steden tonen zich gevoelig voor zijn aanpak. Amsterdam en Den Haag kennen tegenwoordig particulier opdrachtgeverschap. Hagenaars staan in de rij voor een kavel. Duivesteijn is trots op de letterlijke implementatie van de IBBA-methode (IBBA=Ik Bouw Betaalbaar in Almere) in zijn geboortestad, maar vraagt zich tegelijkertijd af waarom dat nog niet veel vaker gebeurt. “We hebben in Almere aangetoond dat mensen met een laag inkomen voor 185.000 euro een betere woning kunnen ontwikkelen. Zonder subsidie. En met een commerciële grondprijs. Het systeem is zo ingericht dat zij op een later moment volledig eigenaar kunnen worden. Het is fenomenaal dat we daarin zijn geslaagd. Het bleek minder moeilijk dan ik aanvankelijk had gedacht. Waarom kan dat vervolgens niet overal plaatsvinden? Collega-bestuurders moeten in de spiegel kijken. Institutionele partijen moeten zichzelf ter discussie stellen. Accommodeer de vraag van de burger.” 

Projectontwikkeling

De macht mag in Almere bij de burger zijn. Duivesteijn beijverde zich de afgelopen jaren ook voor spectaculaire bouwplannen met corporaties. Met wisselend succes.  Het uiterst ambitieuze plan van Stadgenoot voor Almere-Poort - door toenmalig directeur Frank Bijdendijk beschreven als het mooiste ooit door hem bedacht - met negentig gebouwen van 45 verschillende architecten, kwam niet verder dan de tekentafel. 

Met Ymere werkt Almere nu aan weer een nieuwe wijk: “Nobelhorst krijgt buurtcoöperaties. Huurders en kopers gaan samen hun leefomgeving beheren. Dat is weer een nieuwe stap. Met Stadgenoot is het niet gelukt. De crisis kwam een jaar te vroeg. Dat is pech, maar het kan alsnog goed komen met het Olympiakwartier. Jonge ontwikkelaars worden uitgedaagd hetzelfde plan in hanteerbare kavels tot bloei te brengen.” Aan vraag zal het volgens hem uiteindelijk niet ontbreken. “De crisis duurt langer dan gedacht. Het werkt allemaal niet mee, maar de behoefte aan nieuwe woningen blijft bestaan.

Om de eigen bevolkingsgroei op te vangen heeft Almere duizend nieuwe woningen per jaar nodig. Dan is er nog geen antwoord op de vraag uit de regio; dertig procent komt van buiten.

Duivesteijn verwacht dat als de economie weer aantrekt, er al gauw spanning kan ontstaan op de woningmarkt. Hoewel: er is ruimte genoeg en de plannen zijn zo ingericht dat initiatieven simpel kunnen landen. "Maar ook nu verkoopt de gemeente kavels. Er zijn mensen die alles wat ze hebben in een huis willen stoppen. En er wordt onderhandeld met de Alliantie en Eigen Haard over relatief grote contracten.”

Na zeven jaar is Duivesteijn vertrokken. “De stad is nooit af, maar ik heb gezegd wat ik moest zeggen. Het heeft betekenis. Ik ben er trots op.“

[Bert Pots]